Joost à Campo bij Zembla — "Transgender met spijt"
Twintig jaar nadat hij zijn eerste patiënt zag die de geslachtsverandering achteraf als waanidee ervoer, ging psychiater Joost à Campo bij Zembla zitten om publiek toe te lichten wat hij sindsdien klinisch en in onderzoek heeft gevonden.
De casus die het begin was
Een jongeman wordt door het Nederlandse genderteam beoordeeld en komt vanaf het eerste consult in aanmerking voor hormoonbehandeling. Hij krijgt hormonen. Later decompenseert hij acuut psychotisch. Na neuroleptische behandeling kijkt diezelfde patiënt terug op zijn "transseksuele periode" — en herkent die als waanidee. De diagnose blijkt schizofrenie. Het is de casus die à Campo in 2001 in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde publiceerde en die hem ertoe bracht systematisch verder te kijken: hoe vaak komt dit voor onder Nederlandse psychiaters?
De enquête die volgde
Vijfentwintig jaar later legde hij de vraag voor aan 382 collega's. De uitkomst staat in Tijdschrift voor Psychiatrie (jaargang 68, nr. 4, 2026): 61% van de patiënten die zich met genderdysforie melden, heeft een psychiatrische comorbiditeit. Bij driekwart van die groep beleven de psychiaters de genderdysforie als secundair symptoom — niet als primaire diagnose. Een kwart van de psychiaters zag minstens één patiënt waarbij de gendervraag samenhing met een psychotische stoornis. Het Nederlandse psychiaterskorps oordeelt collectief terughoudender dan de huidige genderzorg toestaat, vooral bij hormonen voor minderjarigen.
Wat à Campo bij Zembla zegt
De uitzending volgt patiënten die hun geslachtsverandering achteraf als waanidee of vergissing zijn gaan zien. À Campo plaatst die ervaringen in een klinisch kader: een gendervraag is in een aanzienlijk deel van de gevallen een symptoom van een onderliggend psychiatrisch beeld, en somatische behandeling zonder voorafgaande differentiaaldiagnostiek kan de patiënt verder van zijn werkelijke aandoening af brengen. Eenmaal hormonale of chirurgische ingrepen ondergaan, is de schade onomkeerbaar — terwijl de psychiatrische oorzaak nog altijd onbehandeld is.
Waarom dit voor transspijt-verhalen relevant is
Detransitie en transspijt blijven in het publieke debat vaak liggen op het anekdotische niveau. Het werk van à Campo — een casuïstiek uit 2001 en een enquête uit 2026 — geeft die verhalen een klinische basis. Wat de detransitioner achteraf voelt ("ik was niet wie ik dacht", "ik was eigenlijk depressief / psychotisch / getraumatiseerd") komt overeen met wat psychiaters in hun spreekkamer al jaren zien. De uitzending bij Zembla brengt dat uit het tijdschrift naar de tafel.
À Campo, J., Nijman, H., Merckelbach, H., Evers, C. (2003). Psychiatric Comorbidity of Gender Identity Disorders. Am J Psychiatry 160(7):1332-1336. DOI · PDF
À Campo, J.M.L.G. (2026). Genderdysforie als psychiatrisch symptoom (Nederlandstalige terugblik). Tijdschrift voor Psychiatrie 68(4). tijdschriftvoorpsychiatrie.nl
À Campo, J.M.L.G. e.a. (2001). Genderidentiteitsstoornissen als bijverschijnsel van psychose. Ned Tijdschr Geneeskd 145:1876-80. ntvg.nl