wetenschap

Baxendale 2024: puberteitsblokkeerders remmen hersenontwikkeling — en de schade is mogelijk blijvend

Prof. Baxendale analyseerde 16 studies naar de cognitieve effecten van puberteitsblokkeerders (Acta Paediatrica, 2024). Dierenstudies tonen complexe cognitieve effecten. Mensenstudies zijn te klein en onvolledig om zekerheid te geven. Er is geen bewijs dat de cognitieve effecten volledig reversibel zijn na stoppen.

Baxendale 2024: puberteitsblokkeerders remmen hersenontwikkeling — en de schade is mogelijk blijvend

De standaard verdediging van puberteitsblokkeerders in de genderzorg is dat ze "volledig veilig en volledig omkeerbaar" zijn. Ze geven jongeren "tijd om na te denken." Ze pauseren de puberteit zonder permanente gevolgen.

Prof. Sallie Baxendale, neuropsycholoog aan University College London, publiceerde in 2024 een systematisch review in Acta Paediatrica dat die claim ter discussie stelt — specifiek ten aanzien van hersenontwikkeling en cognitieve gevolgen.

De studie

Baxendale analyseerde zestien studies naar de effecten van het onderdrukken van de puberteit op neuropsychologisch functioneren. De studies omvatten zowel dierexperimenten als mensenstudies bij mensen die puberteitsblokkeerders gebruikten voor genderdysforie of voor vroegrijpe puberteit (precocious puberty).

Wat dierenstudies tonen

In diermodellen zijn de effecten van puberteitsonderdrukking op hersenontwikkeling consistent gedocumenteerd. Geslachtshormonen spelen een cruciale rol in de hersenontwikkeling tijdens de puberteit — ze beïnvloeden de myelinisatie (isolatie van zenuwbanen), de synaptische verbindingen in de prefrontale cortex, en de ontwikkeling van het geheugen- en beloningssysteem.

Dierenstudies tonen:

  • Complexe, seksespecifieke cognitieve effecten bij puberteitsonderdrukking
  • Effecten op ruimtelijk geheugen, sociale herkenning en angstregulatie
  • Aanwijzingen dat sommige effecten na herstel van hormoonspiegels niet volledig ongedaan gemaakt worden

Wat mensenstudies tonen

Baxendale constateert dat er bij mensen geen enkele studie bestaat met een adequate baselinemeting én langetermijn follow-up. Dat betekent: er is geen onderzoek dat een groep jongeren vóór het starten van puberteitsblokkeerders cognitief meet, en vervolgens jarenlang volgt om te zien wat er verandert.

De beschikbare mensenstudies zijn klein, methodologisch zwak, en meten cognitieve functies niet systematisch. Ze bieden geen bewijs dat de cognitieve ontwikkeling volledig normaal verloopt tijdens puberteitsonderdrukking.

Er zijn aanwijzingen uit mensenstudies voor:

  • Verlaagde IQ-scores bij sommige groepen die puberteitsblokkeerders kregen
  • Verminderd verbaal geheugen
  • Mogelijke achterstand in executief functioneren

Maar Baxendale is duidelijk: de kwaliteit van het bewijs is te laag om definitieve conclusies te trekken. Wat ze wél met zekerheid zegt:

"Critical questions remain unanswered regarding the nature, extent and permanence of any arrested development."

— Prof. Sallie Baxendale, Acta Paediatrica (2024)

Het omkeerbaarheidsprobleem

De claim dat puberteitsblokkeerders "volledig omkeerbaar" zijn, is gebaseerd op het idee dat de puberteit gewoon later hervat als de blokkeerders worden gestopt. Dat is voor de lichamelijke puberteit grotendeels waar — de hormoonspiegels herstellen, de puberteit gaat verder.

Maar voor de hersenen is het minder duidelijk. Hersenontwikkeling is tijdgevoelig: er zijn kritieke periodes waarin bepaalde verbindingen worden aangelegd of verstevigd. Als die periodes worden overgeslagen of verschoven, is het onzeker of de hersenen later volledig "inhalen."

Baxendale concludeert dat er geen bewijs bestaat dat de cognitieve effecten van puberteitsonderdrukking volledig reversibel zijn na stoppen.

Bredere context

De Baxendale-studie verscheen in hetzelfde jaar als de Cass Review (2024), die eveneens constateerde dat het bewijs voor puberteitsblokkeerders "van opmerkelijk lage kwaliteit" was en dat er onvoldoende onderzoek was gedaan naar lange-termijn effecten op hersenontwikkeling.

In mei 2024 verbood NHS Engeland puberteitsblokkeerders voor genderdysforie buiten klinische studies. Noorwegen, Zweden en Finland hadden al eerder beperkingen ingevoerd. De internationale beleidsomslag was mede gebaseerd op precies deze onzekerheid: we weten niet wat puberteitsblokkeerders doen met de hersenontwikkeling van kinderen, en we zouden ze niet breed toepassen terwijl die vraag onbeantwoord blijft.

Baxendales studie maakt die onzekerheid concreet. Het is niet dat we weten dat puberteitsblokkeerders schadelijk zijn voor de hersenen. Het is dat we het niet weten — en dat dat onweten jarenlang onzichtbaar bleef in de communicatie naar patiënten en ouders.


Bronnen:

Deel dit artikel: