DARE-studie: het grootste onderzoek ooit naar detransitie identificeert vier paden — en alarmeert over jongeren die als minderjarige operaties ondergingen
De DARE-studie (MacKinnon, York University, november 2025) ondervroeg 957 detransitioners in de VS en Canada en identificeerde via latente klasse-analyse vier paden naar detransitie. Klasse A (33%) zijn jonge AFAB personen die als minderjarige een operatie ondergingen — met de hoogste beslissingsspijt van alle groepen.
In november 2025 publiceerde prof. Kinnon MacKinnon van York University (Toronto) de resultaten van de DARE-studie in het tijdschrift Archives of Sexual Behavior. Het is het grootste kwantitatieve onderzoek naar detransitie dat tot nu toe is uitgevoerd: 957 deelnemers, afkomstig uit de Verenigde Staten en Canada.
Wat de DARE-studie meet
De DARE-studie (Detransition and Retransition Experiences) gebruikte latente klasse-analyse om patronen te identificeren in de ervaringen van detransitioners. In plaats van een gemiddelde te berekenen over alle deelnemers, zoekt deze methode naar onderliggende groepen die intern coherent zijn — mensen die op meerdere dimensies tegelijk op elkaar lijken.
De analyse identificeerde vier onderscheiden klassen:
Klasse A — "Jonge AFAB met hoge spijt" (33%)
De grootste groep bestaat uit jonge mensen die bij geboorte als vrouw zijn aangeduid (AFAB — Assigned Female At Birth). Kenmerkend:
- Begonnen medische transitie op jonge leeftijd
- Meerderheid onderging operaties als minderjarige
- Hoogste niveaus van beslissingsspijt van alle vier groepen
- Hoge prevalentie van psychische comorbiditeiten zoals depressie, angst en autisme
- Rapporteerden dat de gendervraag mede werd gevoed door online communities en sociale omgeving
Dit profiel komt overeen met de demografische verschuiving die in de afgelopen tien jaar is gedocumenteerd: een sterke toename van jonge vrouwen in de genderzorg, die als tieners snel toegang kregen tot onomkeerbare behandelingen. Verhalen als die van Clementine Breen (mastectomie op haar 14e) en Isabelle Ayala (doorverwezen voor hormonen na één gesprek op haar 14e) illustreren dit patroon.
Klasse B — "Oudere MtF met identiteitsvragen" (28%)
De tweede groep bestaat voornamelijk uit mensen die bij geboorte als man zijn aangeduid (AMAB) en op latere leeftijd zijn gaan transitioneren. Zij rapporteren minder beslissingsspijt en vaker een retransitie (terugkeer naar eerder transgender-identificatie) na een periode van detransitie.
Klasse C — "Sociale detransitioners" (22%)
Mensen in klasse C stopten voornamelijk met sociale aspecten van transitie (naam, voornaamwoorden, kleding) zonder dat zij uitgebreide medische behandelingen hadden ondergaan. Zij rapporteren de minste spijt en de minste psychische comorbiditeit.
Klasse D — "Complexe comorbiditeit" (17%)
De vierde groep heeft de zwaarste psychiatrische belasting: complexe trauma's, dissociatieve stoornissen, meerdere psychiatrische diagnoses. Hun detransitie is onderdeel van een breder proces van psychiatrische behandeling. Verhalen als die van Layton Ulery (DID met acht alters, cultachtergrond) passen in dit profiel.
Beslissingsspijt als centraal begrip
De DARE-studie maakt onderscheid tussen beslissingsspijt (spijt over de keuze om te behandelen) en identiteitsspijt (het gevoel dat de genderidentiteit zelf fout was). Niet alle detransitioners betreuren de identiteitsvraag — maar een significant deel betreurt de medische beslissingen die werden genomen zonder adequate evaluatie.
Klasse A scoort het hoogst op beslissingsspijt, gevolgd door klasse D. Dit zijn precies de groepen die het meest kwetsbaar waren op het moment van behandeling — jong, met onbehandelde psychische problematiek — en die de meest ingrijpende behandelingen ondergingen.
Wat de studie zegt over het zorgmodel
MacKinnon concludeert dat de vier klassen fundamenteel verschillende behoeften hebben — en dat een eenvormig bevestigend zorgmodel deze diversiteit niet kan bedienen. Klasse A vraagt om preventie: betere diagnostiek voordat onomkeerbare behandelingen worden goedgekeurd bij kwetsbare jongeren. Klasse D vraagt om gespecialiseerde psychiatrische zorg. Klasse B en C vragen om flexibele begeleiding zonder stigma.
De studie sluit aan bij wat de Cass Review (2024) concludeerde: het bevestigende model is onvoldoende evidence-based en beschermt kwetsbare patiënten niet adequaat. En bij de internationale beleidsomslag die sindsdien in meerdere landen heeft plaatsgevonden.
Schaal en representativiteit
Met 957 deelnemers is de DARE-studie significant groter dan eerdere kwantitatieve onderzoeken naar detransitie. Ter vergelijking: de studie van Littman (2018) over ROGD analyseerde 256 dossiers via ouderrapportages; de studie van Vandenbussche (2021) had 237 deelnemers. De DARE-studie is de meest omvangrijke directe enquête onder detransitioners die tot nu toe is uitgevoerd.
Beperkingen: de studie gebruikt zelfrapportage en werft via online netwerken. Dat kan leiden tot selectiebias — mensen die actief in detransitie-gemeenschappen participeren, zijn mogelijk vaker degenen met hoge spijt. MacKinnon erkent dit in het artikel en roept op tot aanvullend longitudinaal onderzoek.
Implicaties voor de praktijk
De bevinding dat 33% van de detransitioners behoort tot een groep jonge vrouwen met hoge beslissingsspijt die als minderjarige operaties ondergingen, heeft directe implicaties voor het debat over genderzorg bij jongeren. In de VS zijn inmiddels 27 staten over gegaan tot een wettelijk verbod op medische genderbehandelingen bij minderjarigen, mede bekrachtigd door het Hooggerechtshof in United States v. Skrmetti (2025).
De DARE-studie levert het empirische fundament voor de stelling dat een significant deel van de mensen die als jongere behandeld werd, die behandeling later betreurt — en dat dit betreuren het sterkst is bij degenen die de meest ingrijpende ingrepen ondergingen op de jongste leeftijd.
Bronnen:
- MacKinnon, K.R. et al. (2025). Latent Class Analysis of Detransition Experiences: Findings from the DARE Study. Archives of Sexual Behavior. York University, Toronto.
- Society for Evidence-Based Gender Medicine (SEGM). Commentary on DARE study. segm.org
Deel dit artikel: