wetenschap

Desistance: de meeste kinderen groeien uit genderdysforie — en dat feit verdween uit de klinische praktijk

Studies van Steensma (2013), Wallien (2008), Zucker (2012) en Cantor (2020) tonen consistent dat 50-88% van de kinderen met genderdysforie de dysforie uitgroeit zonder behandeling. Ze worden vaker homo of bi dan trans. Dit wetenschappelijk vaststaand feit werd in de bevestigende genderzorg grotendeels genegeerd.

Desistance: de meeste kinderen groeien uit genderdysforie — en dat feit verdween uit de klinische praktijk

Voor de opkomst van het bevestigende model in de genderzorg was er een robuuste wetenschappelijke consensus over wat er gebeurt met kinderen die genderdysforie ervaren: de meesten groeien er overheen.

Die bevinding — "desistance" — is herhaaldelijk gerepliceerd in longitudinale studies over meer dan veertig jaar. Ze is niet omstreden in de wetenschappelijke literatuur. Ze verdween desondanks grotendeels uit de klinische praktijk van de jaren 2010 en 2020.

De onderzoeksbevindingen

De meest geciteerde studies naar desistance van genderdysforie bij kinderen:

Wallien & Cohen-Kettenis (2008) — Amsterdam, n=77. Follow-up tot 19-jarige leeftijd. Bevinding: 27% persisteerde als transgender; 73% had de dysforie niet meer bij volwassenheid. Van de desisteerders identificeerde de meerderheid als homoseksueel of biseksueel.

Steensma et al. (2013) — Amsterdam, n=127. Follow-up bij gemiddeld 16 jaar. Bevinding: 40% persisteerde en meldde zich aan voor medische behandeling; 60% deed dat niet. Van de persisteerders kwamen relatief meer gevallen van vroeg-onset, ernstige dysforie. Sociale transitie op jonge leeftijd verhoogde de kans op persistentie.

Zucker et al. (2012) — Toronto, meerdere cohorten. Vergelijkbare percentages: 12-27% persistentie in de meeste cohorten. Zucker onderscheidde tussen lichte en ernstige vroeg-onset genderdysforie als voorspellers van persistentie.

Cantor (2020) — systematische review van 11 studies, n=1.655 kinderen. Samengevatte bevinding: gemiddeld 19,1% persistentie bij adolescentie. Variatie per studie: 2-39%, afhankelijk van ernst van initiële dysforie en of er sociale transitie had plaatsgevonden.

Wat de desisteerders werden

Consistent tonen de studies dat desisteerders — kinderen die de genderdysforie uitgroeien — na de puberteit vaker als homoseksueel of biseksueel leven dan als heteroseksueel. De genderdysforie op jonge leeftijd was in veel gevallen geen voorbode van een transgenderidentiteit, maar een vroege uiting van een niet-heteroseksuele geaardheid in een context die die geaardheid niet goed kon bevatten.

Dit sluit direct aan op het patroon dat beschreven wordt in het artikel over homoseksualiteit en de transitiepijplijn: genderdysforie bij kinderen en de groei naar homoseksualiteit of biseksualiteit zijn in een deel van de gevallen hetzelfde fenomeen — en de vraag welk pad gevolgd wordt, hangt mede af van de context en de interventies die plaatsvinden.

De politieke omstreden status

De desistance-bevindingen werden in de loop van de jaren 2010 politiek omstreden. Er waren drie soorten kritiek:

Methodologische kritiek: De cohorten in de oudere studies waren geselecteerd op grond van zorgaanmelding, niet op populatiebasis. De ernst van genderdysforie in die cohorten week af van wat clinici later gingen zien. Dit is een terechte methodologische nuance — maar het doet geen afbreuk aan de centrale bevinding dat een groot deel van de aangemelde kinderen de dysforie uitgroeit.

Politieke kritiek: Transpersonen en hun advocaten stelden dat desistance-onderzoek werd gebruikt om transitie bij jongeren te ontmoedigen. Ze voerden aan dat de persisterende kinderen "werkelijk transgender" waren, en dat de desisteerders eigenlijk nooit transgender waren geweest. Die redenering is circulair: je kunt niet op voorhand weten welke kinderen persistent en welke desisterend zijn.

Aanval op onderzoekers: Dr. Kenneth Zucker, een van de meest geciteerde desistance-onderzoekers en jarenlang hoofd van het Gender Identity Service in Toronto, werd in 2015 ontslagen na een campagne door transactivisten. Een onafhankelijk onderzoek vond later dat zijn ontslag niet gerechtvaardigd was — maar zijn reputatie was beschadigd. Het signaal aan andere clinici was duidelijk.

Wat de Cass Review zei

De Cass Review (2024) stelde expliciet dat het desistance-onderzoek onvoldoende serieus was genomen in de klinische praktijk. Dr. Hilary Cass schreef dat de aanname dat kinderen die genderdysforie ervaren "werkelijk transgender zijn en dat bevestigen de enige juiste reactie is" niet wordt ondersteund door het longitudinale onderzoek.

De review constateerde ook dat vroege sociale transitie de kans op persistentie verhoogt — een bevinding die Steensma et al. al in 2013 beschreven, maar die in de jaren daarna grotendeels werd genegeerd in de klinische aanpak.

Praktische implicaties

Als de meerderheid van de kinderen met genderdysforie de dysforie uitgroeit zonder medische behandeling — en als een aanzienlijk deel van hen als homo of bi leeft — dan heeft het bevestigende model, dat aanmoedigt tot vroege sociale en medische transitie, een ernstig risico: het kan kinderen op een medisch pad zetten dat ze later niet meer kunnen verlaten, terwijl ze zonder interventie zelf tot een andere uitkomst gekomen hadden.

Dit is het fundamentele argument tegen de vroege "watchful waiting"-vervanging door directe bevestiging. Niet dat bevestiging nooit zinvol is — voor de groep met ernstige, persisterende, vroeg-onset genderdysforie is er meer bewijs voor positieve uitkomsten. Maar die groep is kleiner dan het model veronderstelt.


Bronnen:

  • Wallien, M. & Cohen-Kettenis, P. (2008). Psychosexual Outcome of Gender-Dysphoric Children. Journal of the American Academy of Child and Adolescent Psychiatry. pubmed.ncbi.nlm.nih.gov
  • Steensma, T. et al. (2013). Factors Associated With Desistence and Persistence of Childhood Gender Dysphoria. JAACAP. pubmed.ncbi.nlm.nih.gov
  • Cantor, J. (2020). Transgender and Gender Diverse Children and Adolescents. Journal of Sex & Marital Therapy. pubmed.ncbi.nlm.nih.gov
  • Cass Review (2024). Final report. cass.independent-review.uk

Deel dit artikel: