Kamervragen over Nederlandse genderklinieken na Europese beleidswijzigingen
Nu steeds meer Europese landen het beleid rondom genderbehandeling voor jongeren aanscherpen, groeit ook in de Tweede Kamer de druk op de minister om te verduidelijken hoe Nederland omgaat met de nieuwe wetenschappelijke inzichten.
Een groep Tweede Kamerleden heeft schriftelijke vragen ingediend bij de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het Nederlandse beleid rond genderbehandeling voor minderjarigen. Aanleiding zijn de ingrijpende beleidswijzigingen in Zweden, Denemarken, Finland en Noorwegen, en de conclusies van het Britse Cass Review.
De vragen
De Kamerleden willen onder meer weten of de minister kennis heeft genomen van het Cass Review en de Scandinavische beleidswijzigingen, of het Nederlandse beleid nog in lijn is met de meest actuele wetenschappelijke inzichten, en of er een onafhankelijke evaluatie van de Nederlandse genderzorg voor minderjarigen wordt overwogen.
Ook wordt gevraagd hoeveel minderjarigen jaarlijks starten met puberteitsremmers of hormoonbehandelingen in Nederland, en hoeveel van hen later besluiten te stoppen of te detransitioneren.
Huidig Nederlands beleid
Nederland loopt al decennia mee aan de internationale voorhoede op het gebied van genderbehandeling, met het Amsterdam UMC als wereldwijd bekende instelling. Het zogenaamde 'Hollands protocol' werd lange tijd als gouden standaard gezien, maar staat de laatste jaren steeds meer onder druk van onafhankelijk onderzoek.
Reactie minister verwacht
De minister heeft zes weken de tijd om de Kamervragen te beantwoorden. Meerdere maatschappelijke organisaties, waaronder Transspijt.nl, hebben aangeboden om input te leveren voor de beantwoording.
Deel dit artikel: