onderzoek

Ik ben getransitioneerd, maar mijn psychische klachten zijn er nog steeds

Een transitie lost niet altijd de onderliggende psychische problemen op. Steeds meer ervaringsverhalen en wetenschappelijk onderzoek wijzen erop dat gender-gerelateerde klachten vaak samenhangen met andere psychische aandoeningen die ook na de ingreep aandacht nodig hebben.

Ik ben getransitioneerd, maar mijn psychische klachten zijn er nog steeds

Veel mensen die worstelen met hun genderidentiteit hopen dat een transitie — hormonen, operaties, sociale verandering — een einde maakt aan hun psychisch lijden. Dat is begrijpelijk. De pijn is echt, en de belofte van verlichting is krachtig. Maar voor een aanzienlijk deel van de mensen die transitioneren blijken de psychische klachten na de ingreep te blijven bestaan, of keren ze in een andere vorm terug.

De verwachting versus de werkelijkheid

De narratief rondom transitie is vaak die van een doorbraak: eindelijk jezelf zijn, eindelijk thuis voelen in je lichaam. Klinieken, activisten en media bevestigen dit beeld. Maar ervaringsverhalen van detransitioners en onderzoek naar langetermijnuitkomsten laten een genuanceerder beeld zien.

Een studie uit Zweden, gepubliceerd in PLOS ONE (2011), volgde 324 mensen na geslachtsaanpassende chirurgie over gemiddeld 11 jaar. De onderzoekers stelden vast dat de groep significant hogere sterftecijfers had door suïcide en psychiatrische opnames vergeleken met de algemene bevolking — ook ná een succesvolle transitie. De onderzoekers benadrukten dat dit niet pleit tegen transitie, maar wel aantoont dat transitie op zichzelf geen voldoende behandeling is voor de onderliggende psychische problematiek.

Genderdysforie en comorbiditeit

Genderdysforie — het lijden dat ontstaat door een mismatch tussen genderidentiteit en biologisch geslacht — gaat in veel gevallen samen met andere psychische aandoeningen. Onderzoek toont consistent hoge percentages van:

  • Autismespectrumstoornis (ASS)
  • Depressie en angststoornissen
  • Borderline persoonlijkheidsstoornis (BPS)
  • ADHD
  • Vroegkinderlijk trauma of misbruik
  • Eetstoornissen

Wanneer genderdysforie wordt behandeld via medische transitie, maar de comorbide aandoeningen niet of onvoldoende worden aangepakt, verdwijnen de klachten niet. Ze verschuiven, of worden tijdelijk overschaduwd door de opwinding van de transitie — wat soms de "roze wolk" wordt genoemd — om daarna opnieuw op te spelen.

"Ik dacht dat het over zou gaan"

Sarah (32), die op haar 24e een borstamputatie onderging als onderdeel van haar FTM-transitie, beschrijft het zo: "Na de operatie voelde ik me een half jaar geweldig. Eindelijk. Maar daarna kwamen de angsten en de depressie terug, net zoals vroeger. Ik begreep niet waarom. Ik had toch gedaan wat ik moest doen?"

Ze is niet de enige. In detrans-gemeenschappen en anonieme forums delen honderden mensen vergelijkbare verhalen. De operatie bracht verlichting — maar niet de genezing die was beloofd of verwacht.

Wat de wetenschap zegt over oorzakelijkheid

Een kernvraag in het debat is: veroorzaakt genderdysforie de psychische klachten, of zijn de klachten een uiting van een bredere psychische kwetsbaarheid waarbij genderidentiteit het focuspunt wordt?

Het Cass Review (2024), een onafhankelijk onderzoek in opdracht van de Britse National Health Service, concludeerde dat de wetenschappelijke onderbouwing voor medische transitie bij jongeren zwak is. Meer specifiek stelde het rapport dat er onvoldoende bewijs is dat medische interventie leidt tot verbeterde psychische uitkomsten op de lange termijn.

Scandinavische landen — Finland, Zweden, Denemarken en Noorwegen — trokken vergelijkbare conclusies en beperkten of stopten medische transitie voor minderjarigen. Psychologische begeleiding wordt nu als eerste stap aanbevolen, met specifieke aandacht voor eventuele onderliggende problematiek.

Geen simpele antwoorden

Dit artikel pleit niet voor of tegen transitie als zodanig. Elke situatie is anders, en voor sommige mensen brengt een transitie wel degelijk blijvende verlichting. Maar wie psychische klachten heeft — depressie, angst, identiteitsproblemen, trauma — en overweegt te transitioneren, doet er verstandig aan om deze klachten ook apart te laten behandelen. Transitie is geen vervanging voor therapie, en een chirurgische ingreep herstelt geen trauma.

De vraag "ben ik transgender?" verdient een eerlijk en rustig antwoord — in een veilige therapeutische omgeving, zonder tijdsdruk, en met aandacht voor de gehele persoon.

Bronnen en verder lezen

  • Dhejne et al. (2011). Long-term follow-up of transsexual persons. PLOS ONE.
  • Cass Review (2024). Independent review of gender identity services for children and young people. NHS England.
  • Zucker, K.J. (2019). Debate: Rapid-onset gender dysphoria. Journal of Child Psychology and Psychiatry.

Deel dit artikel: