Hoeveel mensen hebben spijt van hun transitie? Wat het onderzoek zegt
Officiële klinieken rapporteren lage transspijt-percentages, maar onafhankelijk onderzoek vertelt een ander verhaal. Wat zegt de wetenschap echt?
Als je een Nederlandse gender-kliniek bezoekt en vraagt hoe vaak mensen spijt krijgen van hun transitie, hoor je vaak een geruststellend laag percentage — rond de 1 à 2 procent. Maar klopt dat? En hoe wordt dat gemeten?
Het probleem met officiële cijfers
Klinieken meten transspijt door te kijken hoeveel van hun eigen patiënten terugkomen met een klacht of verzoek tot omgekeerde behandeling. Maar dit is een fundamenteel gebrekkige meetmethode. Een groot deel van de patiënten keert nooit meer terug naar de kliniek — niet omdat ze tevreden zijn, maar omdat ze nergens meer heen willen na een negatieve ervaring, of simpelweg verhuisd zijn of de kliniek verlaten hebben.
In onderzoekstaal heet dit loss to follow-up: patiënten die verdwijnen uit de monitoring. Als je alleen de terugkomers telt, mis je een groot deel van het werkelijke beeld.
Wat zegt onafhankelijk onderzoek?
Een van de meest geciteerde studies is die van Dhejne et al. (2011), gepubliceerd in PLOS ONE. Deze Zweedse langetermijnstudie volgde transgenders gedurende gemiddeld 11 jaar na hun operatie. De bevinding: ook na transitie hadden transgenders een significant hogere kans op psychische problemen, suïcidaliteit en vroegoverlijden vergeleken met de algemene bevolking.
Een belangrijke nuance: de studie vergeleek de groep niet met onbehandelde transgenders — er was geen controlegroep van mensen met genderdysforie die geen operatie ondergingen. De auteurs zelf hebben benadrukt dat de studie daardoor geen uitspraak doet over of de operatie hielp ten opzichte van geen behandeling. Wat de studie wél aantoont, is dat transitie op zichzelf de verhoogde kwetsbaarheid niet wegneemt — onderliggende psychische problemen blijven aandacht vragen naast de transitie.
Het Cass Review (2024)
In 2024 publiceerde het Verenigd Koninkrijk het zogenaamde Cass Review — een onafhankelijk onderzoek naar de kwaliteit van zorg voor transgender jongeren bij de befaamde Tavistock-kliniek. De conclusie was vernietigend: het bewijs voor de effectiviteit van medische transitie bij minderjarigen is "remarkably weak" — opmerkelijk zwak.
De Tavistock-kliniek werd na het rapport gesloten.
Wat dit betekent voor jou
Als je overweegt een medische transitie te ondergaan, of als iemand in je omgeving dat doet, heb je het recht om te weten dat de werkelijke percentages transspijt aanzienlijk hoger kunnen liggen dan klinieken communiceren. Dat maakt een weloverwogen beslissing mogelijk.
Ga naar onze Cijfers-pagina voor een volledig overzicht van statistieken met bronvermelding.
Bronnen: Dhejne C. et al. (2011). Long-Term Follow-Up of Transsexual Persons Undergoing Sex Reassignment Surgery. PLOS ONE. — Cass Review (2024). Independent Review of Gender Identity Services for Children and Young People. cass.independent-review.uk
Deel dit artikel: