De conversiewet en spijt — wat de wet detransitioners biedt

Door Edward Jansen — 7 juni 2026

De Wet conversiehandelingen verbiedt het ompraten van iemands seksuele oriëntatie of genderidentiteit. Die wet is geschreven om homo's te beschermen tegen religieuze of therapeutische druk. Maar de wettekst trekt geen scheidslijn rondom de medische transitiezorg. Wie eerlijk leest, ziet dat dezelfde norm óók geldt voor wie onder druk van zorg, school of sociale omgeving een transitie in werd gestuurd.

De wet pakt het sturen, niet de richting

De Wet conversiehandelingen verbiedt elke handeling die tot doel heeft iemands seksuele oriëntatie of genderidentiteit te veranderen of te onderdrukken. De wet maakt geen onderscheid tussen "van homo naar hetero" en "van homo naar trans". Sturen is sturen. Voor detransitioners is dat juridisch belangrijk: het mes snijdt aan twee kanten.

Veel jonge mensen die nu spijt hebben, vertellen hetzelfde verhaal. Het was niet hún diepste innerlijke overtuiging dat ze in een verkeerd lichaam zaten. Het waren een hulpverlener, een schoolcoach, een ouder, een online community, een kliniek die zei: dit is wie je bent. Dat is sturen van een identiteit — precies waarvoor de wet is bedoeld.

Wat een detransitioner met de wet kan

Wie als minderjarige of jongvolwassene een traject is ingegaan en achteraf vaststelt dat er druk is uitgeoefend, heeft sinds deze wet een extra juridisch aanknopingspunt. Niet alleen de klassieke route van civiele aansprakelijkheid staat open. Ook de norm van de conversiewet kan worden ingeroepen: er werd gestuurd op identiteit, in een richting waar nu spijt over is.

Concreet betekent dat: schoolbestuurders die actief sociale transitie faciliteerden zonder ouders te informeren, hulpverleners die "affirmatief" werkten en niet open onderzochten, klinieken die geen serieuze differentiaaldiagnose deden — al deze partijen handelden in de richting van één bepaalde identiteit. De wet vraagt nu of dat juridisch nog houdbaar is.

De spiegel die niemand verwacht had

De wet is ingediend om kwetsbare homo's te beschermen tegen religieuze of therapeutische ompoging. Dat doel staat overeind. Maar de tekst is bewust ruim opgesteld: identiteit mag niet gestuurd worden. Punt.

Daarmee raakt de wet ook het tegenovergestelde geval. Een jongen die zich aangetrokken voelt tot jongens — vroeger werd er druk uitgeoefend hem hetero te maken, nu wordt er soms druk uitgeoefend hem trans te maken. Een meisje met autisme dat zich niet thuisvoelt in haar rol — vroeger zou de omgeving haar terug willen drukken in een vrouwelijke vorm, nu wordt ze soms een traject ingeleid waarin ze "eigenlijk een jongen" blijkt. In beide gevallen wordt iemand vertelt wie hij of zij is. In beide gevallen verbiedt de wet dat.

Voor wie spijt heeft: praktische betekenis

Heb je spijt van je transitie of ben je aan het detransitioneren, dan helpt het je dossier op te bouwen rondom de vraag: wie heeft mij gestuurd? Welke hulpverlener heeft een diagnose te snel bevestigd? Welke kliniek heeft alternatieve verklaringen overgeslagen? Welke schoolfunctionaris heeft de sociale transitie aangejaagd zonder ouders erbij te halen?

Die vragen zijn nu niet alleen ethisch — ze zijn juridisch verankerd. De Wet conversiehandelingen sluit, eerlijk gelezen, het hek óók aan de transitiekant.

Bron

Dit artikel is gebaseerd op het essay van Edward Jansen, gepubliceerd op 7 juni 2026.

Lees het volledige essay op genderinfo.nl →