Deel 5 van 5

Nederland houdt vast

Het behandelmodel ontstond in Nederland: het Dutch Protocol. Terwijl andere landen hun koers omgooiden, blijft Nederland grotendeels vasthouden aan de bestaande praktijk.

Het behandelmodel dat in heel de wereld werd overgenomen, is in Nederland ontwikkeld. Juist daarom is het opvallend dat Nederland, terwijl Finland, Zweden, Noorwegen, Denemarken en het Verenigd Koninkrijk hun koers herzagen, grotendeels vasthoudt aan de bestaande praktijk.

Het Dutch Protocol

In de jaren negentig en begin deze eeuw ontwikkelden behandelaars in Amsterdam wat internationaal bekend werd als het Dutch Protocol: het inzetten van puberteitsremmers bij zorgvuldig geselecteerde jongeren, gevolgd door cross-sekse hormonen en eventueel chirurgie op latere leeftijd. Het protocol was gebaseerd op een beperkte groep oorspronkelijke studies bij een specifiek geselecteerde patientenpopulatie. Dat oorspronkelijke onderzoek vormt nog altijd een groot deel van het fundament onder de wereldwijde praktijk.

De kritiek op het fundament

De systematische reviews achter de Cass Review keken ook naar dit oorspronkelijke Nederlandse onderzoek. De kritiek is dat de oorspronkelijke studies klein waren, een sterk geselecteerde groep betroffen, korte follow-up hadden en geen vergelijkbare controlegroep kenden. De geselecteerde patientengroep van toen verschilt bovendien sterk van de veel grotere en bredere groep jongeren die zich nu meldt. Daarmee staat ter discussie of de gunstige resultaten van het oorspronkelijke onderzoek nog van toepassing zijn op de huidige praktijk.

De paradox van de bakermat

Het land dat het model bedacht, is het land dat er het langst aan vasthoudt, terwijl het bewijs dat aan dat model ten grondslag ligt elders juist is afgewezen. Dat maakt de Nederlandse positie kwetsbaar voor de vraag waarom hier andere conclusies worden getrokken uit hetzelfde bewijs.

Het uitblijven van een koerswijziging

Waar de buitenlandse herzieningen telkens werden voorafgegaan door een formele, systematische beoordeling van het bewijs, is een vergelijkbare onafhankelijke evidence-beoordeling in Nederland uitgebleven. De Nederlandse betrokken centra benadrukken de zorgvuldigheid van de eigen diagnostiek en wijzen erop dat het Nederlandse model juist altijd om voorzichtige selectie heeft gedraaid. Critici stellen dat die verdediging voorbijgaat aan de kern van de internationale kritiek, namelijk dat het bewijs onder de behandeling zelf zwak is, ongeacht de selectie.

Waarom dit ertoe doet

Het uitblijven van een herziening heeft directe gevolgen. Zolang Nederland vasthoudt aan een praktijk waarvan het onderliggende bewijs internationaal is afgewezen, blijven minderjarigen onomkeerbare behandelingen ondergaan op grond van een fundament dat elders ontoereikend is bevonden. De vraag wie verantwoordelijk is wanneer die behandelingen achteraf schade blijken te hebben veroorzaakt, wordt daarmee steeds urgenter. Dit dossier laat zien dat die vraag niet voortkomt uit politiek, maar uit een herhaalde, onafhankelijke weging van de wetenschap.

Bronnen bij dit deel


→ Volgende: Alle bronnen bij dit dossier.