Deel 3 van 6
Oorzaken
Waarom mensen detransitioneren: verdwenen dysforie, onderliggende problematiek, sociale druk, een verkeerde diagnose en complicaties van de behandeling.
Mensen detransitioneren zelden om één reden. Meestal speelt een samenloop: de dysforie die verdween, problematiek die nooit was uitgezocht, druk uit de omgeving, een diagnose die niet klopte, of complicaties die de behandeling onleefbaar maakten. Wat de redenen verbindt, is dat ze vaak al vóór de behandeling te zien waren — als de diagnostiek beter was geweest.
De dysforie verdween
Bij een deel van de detransitioners blijkt de genderdysforie vanzelf te zijn afgenomen of verdwenen. Dat geldt in het bijzonder voor wie als adolescent transitioneerde: de puberteit is een levensfase waarin gevoelens over het eigen lichaam sterk kunnen verschuiven. Een onomkeerbare medische ingreep tijdens die fase loopt vooruit op een ontwikkeling die nog niet voltooid is.
Onderliggende problematiek werd niet onderkend
Veel detransitioners kampten met problemen die ten onrechte als genderdysforie werden geduid of die de dysforie voedden: trauma, seksueel misbruik, depressie, eetstoornissen, autisme. Wie de transitie zag als oplossing voor diepere pijn, ontdekte achteraf dat de pijn bleef. De behandeling pakte een symptoom aan en liet de oorzaak onaangeroerd.
Worsteling met seksuele orientatie
Een terugkerend thema is de worsteling met homoseksualiteit. Sommige detransitioners, vaak lesbische of homoseksuele jongeren, vertellen achteraf dat ze hun aantrekking tot hetzelfde geslacht verwarden met genderdysforie, soms aangemoedigd door een omgeving waarin transitie makkelijker bespreekbaar was dan homoseksualiteit. De transitie bleek een omweg om een seksuele orientatie te ontvluchten.
Sociale druk werkt twee kanten op
Dezelfde sociale dynamiek die transitie aanmoedigt, maakt detransitie zwaar. Wie in een omgeving zat waar transitie werd gevierd, verliest die steun bij terugkeer en stuit op ongeloof of afwijzing. Detransitioneren vergt daardoor vaak meer moed dan transitioneren.
Een verkeerde diagnose
In sommige trajecten ging de diagnostiek snel en oppervlakkig. Wie met een sterke wens binnenkwam, kreeg die wens bevestigd in plaats van onderzocht. Een grondige differentiaaldiagnose — die andere verklaringen voor de klachten serieus uitsluit — ontbrak. Detransitie is dan het late bewijs van een diagnose die nooit goed is gesteld.
Complicaties van de behandeling
Tot slot stoppen mensen wegens lichamelijke gevolgen: pijn, verlies van seksuele functie, complicaties na operaties, of bijwerkingen van langdurig hormoongebruik. Voor hen is detransitie geen heroverweging van identiteit maar een noodgreep om de schade te beperken. Ook hier geldt: als de risico's vooraf eerlijk waren besproken, was de keuze mogelijk anders uitgevallen.
Bronnen bij dit deel
- Littman, L. — Individuals Treated for Gender Dysphoria with Medical and/or Surgical Transition Who Subsequently Detransitioned (Archives of Sexual Behavior, 2021)
- Vandenbussche, E. — Detransition-Related Needs and Support: A Cross-Sectional Online Survey (Journal of Homosexuality, 2022)
- Cass Review — Final Report (2024)
→ Volgende: De schade.