Minister VWS erkent kennishiaten in genderzorg
In het langverwachte antwoord op Kamervragen erkent de minister dat het Nederlandse beleid niet voldoende gebaseerd is op robuust wetenschappelijk bewijs en kondigt ze een evaluatiecommissie aan.
De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft in haar antwoord op de Kamervragen over genderzorg voor minderjarigen erkend dat er "significante kennishiaten" bestaan rondom de langetermijneffecten van medische genderbehandeling bij jongeren. Ze kondigt een onafhankelijke evaluatiecommissie aan die het Nederlandse beleid moet beoordelen in het licht van de meest recente wetenschappelijke inzichten.
Erkenning van het probleem
Het is voor het eerst dat een Nederlandse bewindspersoon publiekelijk erkent dat de wetenschappelijke basis voor het huidige beleid niet voldoende is. Tot nu toe werd bij vragen over het beleid steevast verwezen naar de expertise van het Amsterdam UMC en internationale richtlijnen.
In de brief aan de Kamer schrijft de minister: "Het Cass Review en de beleidswijzigingen in een aantal landen om ons heen geven aanleiding tot bezinning. We moeten kunnen uitleggen waarom we doen wat we doen, en dat vergt een eerlijke blik op de beschikbare evidentie."
Evaluatiecommissie
De evaluatiecommissie zal bestaan uit onafhankelijke wetenschappers en zal geen leden bevatten die direct betrokken zijn bij de huidige genderzorg. Ze rapporteert voor het einde van 2026. De minister heeft toegezegd de aanbevelingen "serieus te wegen" bij het formuleren van nieuw beleid.
Reacties
De aankondiging is met gemengde gevoelens ontvangen. Critici van het huidige beleid spreken van een "historische stap". Transgenderorganisaties vrezen dat de evaluatie wordt gebruikt als aanleiding om de zorg te beperken en pleiten voor participatie in het evaluatieproces.
Deel dit artikel: