Deel 1 van 6

Wat is detransitie?

Detransitie is het stopzetten of terugdraaien van een medische transitie. Wat het precies inhoudt, welke vormen er bestaan en wie er detransitioneert.

Detransitie is het stopzetten of terugdraaien van een medische geslachtsbevestigende behandeling. Wie hormonen heeft genomen of een operatie heeft ondergaan en die weg verlaat, detransitioneert. Het is geen eenduidig proces: het loopt uiteen van het staken van hormonen tot pogingen om operaties ongedaan te maken, en het gebeurt om sterk uiteenlopende redenen.

Een definitie zonder consensus

Er bestaat geen vaste definitie van detransitie. Sommige onderzoekers rekenen alleen mensen mee die hun behandeling stoppen én terugkeren naar het geboortegeslacht. Anderen tellen iedereen die een behandeling staakt, ongeacht de reden of de richting. Die onduidelijkheid is geen detail: ze maakt het mogelijk om detransitie kleiner te laten lijken dan het is, door wie de transitie staakt om medische redenen niet als detransitioner te tellen.

Belangrijk onderscheid: detransitie is niet hetzelfde als spijt, maar de twee overlappen. Iemand kan een behandeling stoppen wegens complicaties zonder de transitie zelf te betreuren. Iemand anders draait alles terug omdat de dysforie verdwenen was en de transitie achteraf een vergissing bleek. Beide vallen onder detransitie.

Vormen van detransitie

  • Stoppen met hormonen. De meest voorkomende stap: het staken van testosteron of oestrogeen. Sommige effecten verdwijnen, andere blijven blijvend.
  • Terugkeer naar de sociale rol van het geboortegeslacht. Naam, kleding, presentatie en aanspreekvorm worden teruggedraaid, vaak in een omgeving die de transitie juist had aangemoedigd.
  • Chirurgische omkering. Pogingen om operaties ongedaan te maken, zoals borstreconstructie na een mastectomie. Veel ingrepen zijn niet of slechts gedeeltelijk terug te draaien.
  • Gedeeltelijke detransitie. Sommigen stoppen met een deel van de behandeling maar behouden een ander deel, bijvoorbeeld omdat omkering onmogelijk is.

Detransitie is geen mislukte transitie

Wie detransitioneert heeft niet gefaald. Vaak is het juist een teken dat de diagnostiek vooraf tekortschoot, dat onderliggende problemen niet zijn onderkend, of dat de behandeling werd gestart zonder dat de gevolgen voldoende waren afgewogen.

Wie detransitioneert

De groep is divers, maar uit getuigenissen en onderzoek komt een terugkerend profiel naar voren: relatief veel jongvolwassenen die als adolescent in transitie gingen, met daaronder een oververtegenwoordiging van meisjes die naar de mannelijke kant transitioneerden. Velen blijken bij nader inzien te kampen met onderliggende problematiek — trauma, autisme, depressie, of worsteling met seksuele oriëntatie — die ten tijde van de transitie onvoldoende is uitgezocht.

Detransitioners voelen zich dikwijls dubbel in de steek gelaten: eerst door een zorgsysteem dat hen snel op het transitiepad zette, daarna door diezelfde zorg en sociale omgeving die geen plaats heeft voor wie terugkeert. Wie hardop spijt uit, riskeert te worden weggezet als uitzondering of als instrument in een politieke strijd. Dat wegzetten maakt de groep onzichtbaar en houdt de gebrekkige zorg in stand.

Bronnen bij dit deel


→ Volgende: Cijfers en registratie.