Deel 3 van 6
Scope creep
Klinieken wereldwijd namen het Dutch Protocol over, maar lieten de strenge criteria vallen — en pasten het toe op een totaal andere patiëntenpopulatie.
Het Dutch Protocol verspreidde zich in de jaren 2000 en 2010 razendsnel over genderklinieken in Noord-Amerika, het Verenigd Koninkrijk en de rest van Europa. Maar wat zich verspreidde was de medische interventie — puberteitsremmers, hormonen, chirurgie — niet het strenge selectiekader dat die interventie in Amsterdam had omkaderd. Dat losraken van criteria en interventie is de kern van wat scope creep wordt genoemd.
Een andere populatie
De jongeren die zich vanaf ongeveer 2010 bij genderklinieken meldden, vormden een wezenlijk andere groep dan de Amsterdamse oorspronkelijke patiënten. Drie verschuivingen springen eruit.
Ten eerste het ontstaanstijdstip. Waar het Dutch Protocol was ontworpen voor vroeg ontstane, levenslange dysforie, meldde zich nu een groeiende groep jongeren bij wie de dysforie pas rond of na het begin van de puberteit opkwam — adolescent-onset. Voor deze groep ontbrak de empirische basis die het oorspronkelijke protocol claimde.
Ten tweede de geslachtsverhouding. De oorspronkelijke patiënten waren overwegend als jongen geboren. De nieuwe instroom kantelde abrupt naar een meerderheid van als meisje geboren adolescenten. Die plotselinge omkering van de sekseratio is in de oorspronkelijke onderzoekspopulatie niet terug te vinden en bleef grotendeels onverklaard.
Ten derde de bijkomende problematiek. Een aanzienlijk deel van de nieuwe groep kampte met zware comorbiditeit: depressie, angst, trauma, eetstoornissen, zelfbeschadiging en autisme. Precies de profielen die in het oorspronkelijke protocol reden waren voor uitsluiting of voor langduriger diagnostiek.
Interventie zonder kader
Het probleem van scope creep is niet dat een behandeling werd overgenomen, maar dat een behandeling werd overgenomen zonder de voorwaarden waaronder zij was onderzocht. De medische keten bleef intact; de diagnostische poortwachter die haar in Amsterdam legitimeerde, viel weg.
Verwatering van de diagnostiek
Tegelijk met de verbreding van de doelgroep verschoof in veel klinieken de aard van de diagnostiek. Het uitgebreide, kritische selectietraject maakte plaats voor kortere trajecten en op sommige plaatsen voor een affirmatief model, waarin de zelfgerapporteerde genderidentiteit van de jongere het uitgangspunt vormde en de rol van de behandelaar vooral bevestigend werd. De poortwachtersfunctie die het Amsterdamse model definieerde, verdween daarmee feitelijk.
Een protocol dat zijn eigen voorwaarden ontgroeide
Het resultaat was een paradox. Het Dutch Protocol werd wereldwijd aangehaald als de wetenschappelijke onderbouwing voor medische transitie bij minderjarigen, terwijl het in de praktijk werd toegepast op een populatie en onder omstandigheden die het oorspronkelijke onderzoek nooit had bestudeerd. De legitimiteit leunde op studies die over een andere groep gingen.
Daarmee verschuift de aandacht naar die studies zelf. Hoe sterk was het bewijs van het Dutch Protocol eigenlijk, ook voor de oorspronkelijke groep? Dat is het onderwerp van de heranalyses.
Bronnen bij dit deel
- Levine, S.B., Abbruzzese, E. & Mason, J.W. — Reconsidering Informed Consent for Trans-Identified Children, Adolescents, and Young Adults (Journal of Sex & Marital Therapy, 2022)
- The Cass Review — Independent review of gender identity services for children and young people: Final Report (2024)
→ Volgende: De heranalyses.