Deel 4 van 7

Hersenontwikkeling en cognitie

De puberteit is een kritieke fase voor de rijping van het brein. Wat puberteitsremmers daarmee doen, is nauwelijks onderzocht en de langetermijndata ontbreken.

De adolescentie is niet alleen een lichamelijke maar ook een neurologische bouwfase. Het brein rijpt, verbindingen worden gesnoeid en versterkt, en geslachtshormonen spelen daarbij een rol. Wat het wegnemen van die hormonen doet met de hersenontwikkeling van een kind, is een van de minst beantwoorde vragen rond puberteitsremmers.

De puberteit als hersenfase

Tijdens de puberteit ondergaat het brein ingrijpende veranderingen, vooral in gebieden die te maken hebben met planning, impulscontrole, sociale cognitie en emotieregulatie. Geslachtshormonen zijn bij dieren aantoonbaar betrokken bij die rijping. Het is biologisch niet aannemelijk dat het volledig stilleggen van die hormonen bij een mens geen enkel effect op het brein heeft.

Het gat in het onderzoek

Toch is hier vrijwel geen degelijk onderzoek naar gedaan bij kinderen die remmers krijgen voor genderdysforie. De Cass Review wees er nadrukkelijk op dat de mogelijke effecten op de neurocognitieve ontwikkeling onvoldoende zijn bestudeerd en dat dit een ernstig hiaat is. Er zijn geen studies die overtuigend aantonen dat puberteitsremmers cognitief neutraal zijn.

De geruststelling dat er "geen aanwijzingen voor schade" zijn, is misleidend. Het ontbreken van aanwijzingen is hier geen bewijs van veiligheid, maar het gevolg van het ontbreken van onderzoek. Iets wat niet is gemeten, kan niet veilig worden verklaard.

Afwezigheid van bewijs is geen bewijs van afwezigheid

Het sterkste wat over de herseneffecten van puberteitsremmers gezegd kan worden, is dat ze niet of nauwelijks zijn onderzocht. Dat is geen geruststelling. Bij een ingreep in een kritieke ontwikkelingsfase legt het ontbreken van langetermijndata juist de bewijslast bij wie de behandeling aanbiedt.

Bronnen bij dit deel


→ Volgende: Vruchtbaarheid en seksuele ontwikkeling.