Deel 3 van 5
De eunuch-identiteit en het oprekken van diagnoses
SOC8 erkent de eunuch als genderidentiteit. De WPATH Files laten zien hoe ver het diagnostisch kader wordt opgerekt, tot voorbij de grenzen van de geneeskunde.
Een medische diagnose hoort het verschil te markeren tussen wat behandeld kan worden en wat niet. De WPATH Files — en SOC8 zelf — laten zien hoe dat kader binnen WPATH zo ver wordt opgerekt dat het zijn afbakenende functie verliest. Het scherpste voorbeeld is de erkenning van de eunuch als genderidentiteit.
De eunuch als genderidentiteit
SOC8 bevat een apart hoofdstuk over eunuchen: mensen die hun testikels willen laten verwijderen of zich op andere wijze willen laten castreren zonder een vrouwelijke gender na te streven. WPATH erkent dit als een legitieme genderidentiteit die medische begeleiding rechtvaardigt. Het document verwijst daarbij naar onlinegemeenschappen — waaronder een forum dat fantasieverhalen over de castratie van kinderen bevatte — als bron voor het begrip van deze groep.
Daarmee verschuift het kader van het behandelen van een aandoening naar het faciliteren van een wens, ongeacht hoe die wens is ontstaan. Castratie wordt niet langer beoordeeld als een ingreep die medisch verantwoord moet zijn, maar als de vervulling van een geïdentificeerd verlangen.
Het oprekken van de diagnose
Dezelfde verschuiving is zichtbaar in de bredere praktijk. Waar genderdysforie ooit werd opgevat als een omschreven aandoening met diagnostische criteria, wordt zelfidentificatie steeds meer het uitgangspunt. Wie zegt trans te zijn, is trans, en de rol van de behandelaar verschuift van diagnosticus naar uitvoerder. De interne berichten laten zien dat poortwachterschap door leden zelf als achterhaald wordt beschouwd, terwijl juist die functie de patiënt beschermt tegen onnodige ingrepen.
Parafilie zonder die naam
De WPATH Files raken ook aan autogynefilie: seksuele opwinding bij een man door zichzelf als vrouw voor te stellen. Dit is een parafilie — een afwijkend seksueel patroon — en geen genderidentiteit. Binnen WPATH wordt het bestaan ervan grotendeels weggeredeneerd, omdat erkenning ervan het identiteitsmodel ondermijnt. Door de parafilie te herbenoemen als identiteit verdwijnt de mogelijkheid om de werkelijke drijfveer van een behandelwens te onderzoeken.
Waarom dit telt
Zodra elke wens een identiteit is en elke identiteit recht geeft op medisch ingrijpen, houdt de diagnose op een grens te zijn. De eunuch-erkenning toont waar die logica eindigt: bij het medisch faciliteren van castratie als doel op zichzelf.
→ Volgende: SOC8 en de verdwenen leeftijdsgrenzen.