Detransitie en verraad: mijn verhaal — Laura Becker
Laura Becker deelt haar detransitieverhaal en het gevoel van verraad door de mensen en instellingen die haar op het transitiepad hebben gezet zonder haar voldoende te begeleiden of te waarschuwen. Ze beschrijft hoe haar vertrouwen in artsen, therapeuten en de gemeenschap is beschadigd en hoe ze werkt aan herstel en verzoening.
Over Laura Becker
In deze conferentielezing vertelt Laura Becker haar eigen detransitieverhaal. Ze detransitioneerde in 2019 op haar 22e en spreekt sindsdien openlijk over haar ervaring. De afgelopen jaren bestudeerde ze detransitie ook breder: ze sprak met lotgenoten, ouders en hulpverleners om het psychologische proces erachter te begrijpen. Haar verhaal begint bij een diagnose op het autismespectrum en PCOS op haar elfde, jarenlange verbale en emotionele mishandeling binnen haar gezin, en het ontdekken van genderideologie online en op school. Op haar 19e begon ze met testosteron, op haar 20e onderging ze een operatie. Pas toen ze op haar 22e de diagnose PTSS kreeg — deels veroorzaakt door de transitie zelf — begon haar detransitie.
Transitie als poging het lichaam de schuld te geven
Becker omschrijft transitie als een manier om psychisch ongemak over het mannelijk of vrouwelijk zijn te verzachten door het lichaam aan te passen met hormonen en chirurgie. De kern is volgens haar de overtuiging dat het lichaam het probleem is: alle ongemak, alle relationele strijd en alle zelfhaat worden op het lichaam geprojecteerd, met als gedachte dat het veranderen van dat lichaam geluk zal brengen. Ze onderscheidt daarbij lichamelijke dysforie — afkeer van het eigen lichaam en de geslachtskenmerken — en sociale dysforie — ongelukkig zijn met hoe je door anderen wordt behandeld en gezien.
Detransitie als rouwproces
Het zwaartepunt van haar betoog ligt op de psychologische kant van detransitie. Mensen beginnen volgens Becker psychisch te detransitioneren wanneer ze beseffen dat hun lichaam niet het probleem was en dat de transitie de onderliggende problemen niet heeft opgelost. Dat besef start een rouwproces. Ze loopt de fasen langs die ze daarin herkent: ontkenning, woede, onderhandelen, depressie en acceptatie. Bij elke fase beschrijft ze typische uitspraken die ze bij lotgenoten hoorde. Dat proces verloopt niet rechtlijnig maar cyclisch: men doorloopt de fasen telkens opnieuw, als een helend ritme van loslaten en opnieuw beginnen. Ze roept hulpverleners op detransitie door deze menselijke, existentiële bril te bekijken in plaats van door een politieke.
Onderliggende problemen en herstel
Becker noemt veelvoorkomende onderliggende problemen die ze in de detransitiegroep ziet: lichamelijk trauma, hechtingsproblemen en vervreemding binnen het gezin, andere psychische klachten, het doormaken van de puberteit zelf, vermijding van volwassenheid, autisme en seksuele verwarring. Deze problemen zijn volgens haar geen specifieke "trans-problemen" maar universele menselijke problemen, die door de transitie niet werden geholpen. De goede boodschap is dat herstel daarom mogelijk is langs dezelfde wegen als bij ander complex verdriet. De moeilijkheid is het geschonden vertrouwen in hulpverleners — een verradertrauma — waardoor detransitioners moeilijk hulp durven zoeken. Ze benadrukt hoe belangrijk specifieke steungroepen en mensen om hen heen daarbij zijn. Becker verwijst tot slot naar haar memoires, getiteld "Surviving the Trans Myth".
Bronnen
Let op: deze video is Engelstalig. Bekijk onze Verhalen voor Nederlandstalige getuigenissen.