Sam Vaknin: genderdysforie — echt of sociale besmetting?
Psycholoog Sam Vaknin analyseert of genderdysforie een authentieke psychologische aandoening is of deels een sociaal geconstrueerd fenomeen dat versterkt wordt door culturele en groepsdynamieken. Hij bespreekt de rol van narcisme, trauma en sociale beïnvloeding in de toename van transgenderidentificaties, en stelt kritische vragen bij de huidige diagnostische praktijk.
Over Sam Vaknin
Sam Vaknin, psycholoog en auteur van het boek over narcisme Malignant Self-Love: Narcissism Revisited en voormalig hoogleraar psychologie en financiën, bespreekt in deze video twee onderwerpen die volgens hem vaak vermeden, gecensureerd en gevreesd worden: of transgenderisme een vorm van sociale besmetting kan zijn, en hoe wijdverspreid detransitie is en wat dat ons leert over het fenomeen. Hij begint met een onderscheid waar hij groot belang aan hecht: sekse wordt bij de geboorte toegekend op basis van zichtbare geslachtskenmerken, terwijl gender wordt aangeleerd, gesocialiseerd en performatief is. Wat genderdysforie heet gaat volgens hem vaak juist over sekse, niet alleen over gender, wat de discussie verwarrend maakt. Hij benadrukt dat zowel gender als sekse een mate van fluïditeit en plasticiteit kennen.
Sociale besmetting en het ROGD-debat
Vaknin verwijst naar twee verklaringen van Moira Szilagyi, voorzitter van de American Academy of Pediatrics (AAP), uit augustus 2022, waarin twee studies aan bod kwamen. Een studie uit 2018, van een onderzoeker verbonden aan Brown University, stelde het bestaan voor van "rapid onset gender dysphoria" (ROGD) en opperde sociale besmetting als mogelijke oorzaak; na publicatie ontstond felle kritiek, onder meer vanuit de transgemeenschap, en werd het stuk teruggetrokken. Een tweede studie uit 2022, gepubliceerd in Pediatrics, toetste de ROGD-hypothese door geboorteverhoudingen tussen 2017 en 2019 te bekijken en concludeerde dat de bevindingen niet strookten met die hypothese. De redenering daarbij was dat de sociale prijs van transgender zijn — pesten, victimisatie, hogere suïcidaliteit — zo hoog is dat imitatie onwaarschijnlijk is. Vaknin stelt dat beide studies elkaar lijken tegen te spreken en dat de toename in zichtbaarheid mogelijk eerder komt door meer acceptatie dan door meer voorkomen.
Gebrek aan onderzoek en het Italiaanse debat
Een terugkerend thema is volgens Vaknin het gebrek aan grootschalig, streng onderzoek: er zijn volgens hem geen rigoureuze studies, geen grote steekproeven en nauwelijks follow-up over wat er met mensen na transitie gebeurt, omdat academici het onderwerp mijden. Hij beschrijft een debat in Italië waarbij de Italiaanse psychoanalytische vereniging het ministerie van Volksgezondheid opriep tot voorzichtigheid met puberteitsremmers bij minderjarigen, met als argument dat genderidentiteit pas in de adolescentie stabiel wordt. Daartegenover stelden talrijke andere medische verenigingen — onder meer voor endocrinologie, pediatrie en kinderpsychiatrie — in een open brief dat de behandeling in veel landen is goedgekeurd, alleen na multidisciplinaire en persoonlijke beoordeling wordt ingezet en pas wanneer de puberteit al gaande is.
Detransitie als kans op kennis
Vaknin betoogt dat detransitie — spijt over een transitiebeslissing — een reëel maar onderbelicht fenomeen is dat in de transgemeenschap vaak taboe is. Hij verwijst naar onderzoek van Kinnon MacKinnon en noemt schattingen die uiteenlopen van rond de twee procent tot mogelijk hoger. Hij wijst op een Nederlandse studie, met Marijn Arnoldussen onder de auteurs, die volgens hem aangaf dat van 720 adolescenten die met puberteitsremmers begonnen, het overgrote deel na vier jaar doorging en slechts een klein deel stopte. Volgens Vaknin wijst dat eerder op een reële behoefte dan op groepsdruk. Hij pleit voor langetermijnstudies, een gedeelde terminologie en compassie voor mensen die detransitioneren, en stelt dat ideologie en politiek het onderzoek niet zouden moeten overheersen.
Bronnen
Let op: deze video is Engelstalig. Bekijk onze Verhalen voor Nederlandstalige getuigenissen.