Detransitie en verraad — mijn verhaal (Genspect)
In deze video van Genspect vertelt een jonge vrouw openhartig over haar transitie als tiener, de hoopvolle verwachtingen die ze had, en de diepe
Over de spreker
In deze lezing op een Genspect-conferentie deelt een detransitioner haar verhaal. Ze detransitioneerde in 2019 op haar tweeentwintigste en spreekt sindsdien publiek over haar ervaring. De afgelopen vijf jaar bestudeerde ze detransitie ook intellectueel en sociaal, in gesprek met andere detransitioners, ouders en betrokkenen. Haar presentatie steunt naar eigen zeggen niet alleen op haar eigen geval, maar op die bredere observaties. Ze vertelt dat ze op haar elfde de diagnoses autisme en polycysteus-ovariumsyndroom kreeg, jarenlang verbaal, emotioneel en psychologisch misbruik ervoer binnen haar gezin, en als tiener via Tumblr en school in aanraking kwam met genderideologie. Op haar negentiende begon ze met testosteron en onderging ze een operatie. Op haar tweeentwintigste werd PTSS vastgesteld, deels toegeschreven aan de transitie zelf, en begon haar detransitie.
Transitie en detransitie psychologisch bekeken
De spreker richt zich bewust op het psychologische aspect, omdat er volgens haar al veel aandacht is voor het medische en sociale. Transitie omschrijft ze als een manier om psychisch ongemak over het eigen geslacht te verlichten door het lichaam te veranderen. De kerngedachte daarbij is volgens haar de overtuiging dat het lichaam het probleem is: alle ongemak, alle relationele worstelingen en alle zelfhaat worden aan het lichaam toegeschreven, waardoor het veranderen van het lichaam als oplossing verschijnt. Detransitie begint volgens haar op het moment dat iemand inziet dat het lichaam niet het probleem was en dat de transitie de onderliggende problemen niet heeft opgelost. Dat besef, zegt ze, is het beginpunt van een rouwproces.
Detransitie als rouwproces
Ze beschrijft detransitie als een existentieel rouwproces en roept clinici op het door die bril te bekijken, weg van de politieke en culturele kaders. Aan de hand van de bekende rouwfasen schetst ze ontkenning, woede, onderhandelen, depressie en aanvaarding, telkens met voorbeelden van uitspraken die ze in die fasen heeft gehoord. Dat proces ervaart men volgens haar niet als een rechte lijn maar als een terugkerende cyclus. Als onderliggende thema's binnen de groep noemt ze onder meer lichamelijk trauma, hechtingsproblemen en vervreemding binnen het gezin, andere psychische klachten, het vermijden van volwassenheid, autisme en verwarring rond seksuele orientatie. Veel van die problemen, benadrukt ze, zijn geen specifieke detransitie-problemen maar algemene menselijke problemen.
Verraad en herstel
Een centraal thema is wat ze beschrijft als een verraadtrauma: het vertrouwen in hulpverleners is geschaad, waardoor detransitioners moeilijk opnieuw hulp durven te zoeken. Ze vraagt hulpverleners om detransitioners niet als een uniek of bijzonder geval te behandelen, maar als trauma-overlevenden zoals anderen. Het goede nieuws is volgens haar dat herstel niet opnieuw uitgevonden hoeft te worden: omdat detransitie lijkt op andere vormen van complexe rouw, bestaan er al veel bronnen om met die pijn om te gaan. Ze noemt het belang van groepen en mensen rond Genspect, en bedankt onder anderen Stella O'Malley en Vincent, die ze beschrijft als reden dat ze er die dag bij is. Tot slot verwijst ze naar haar memoir met de werktitel "Surviving the Trans Myth".
Bronnen
Let op: deze video is Engelstalig. Bekijk onze Verhalen voor Nederlandstalige getuigenissen.