Wat we hebben geleerd over ROGD — Lisa Littman en Michael Bailey
Dr. Lisa Littman en Dr. Michael Bailey bespreken samen wat het onderzoek naar Rapid Onset Gender Dysphoria (ROGD) tot nu toe heeft opgeleverd.
Over Lisa Littman en Michael Bailey
In deze presentatie bespreken Dr. Lisa Littman en Dr. Michael Bailey, hoogleraar aan Northwestern University, de stand van het onderzoek naar Rapid Onset Gender Dysphoria (ROGD). Littman publiceerde in 2018 een eerste artikel over een fenomeen van laat ontstane genderdysforie bij jongeren en jongvolwassenen. Bailey doet samen met haar onderzoek. Littman omschrijft ROGD als een term die zij bedacht: een verschijnsel waarbij tieners en jongvolwassenen die in hun jeugd geen zichtbare tekenen van genderdysforie hadden, tijdens of na de puberteit genderdysforisch of trans-geïdentificeerd worden. Volgens haar is dit geen formele diagnose, maar een voorgestelde verklaring voor sommige — niet alle — gevallen van genderdysforie.
De ROGD-hypothese en de onderzoeken
De ROGD-hypothese stelt dat psychosociale factoren zoals sociale invloed, psychische aandoeningen, trauma, ontwijkende coping en geïnternaliseerde homofobie kunnen bijdragen aan het ontstaan van genderdysforie bij sommige mensen. Littman benadrukt dat het om "sommige, niet alle" gevallen gaat: een tegenvoorbeeld weerlegt de hypothese niet, net zomin als het bestaan van type 1-diabetes het bestaan van type 2 ontkracht. Zij bespreekt vier studies: een ouderrapportagestudie uit 2018 met 256 ouders (gemiddelde leeftijd van de beschreven kinderen rond 16 jaar), een tweede ouderstudie (Diaz en Bailey, 2023) met meer dan 1655 ouders, een studie onder 100 detransitioners (leeftijden 18 tot ouder dan 60), en een studie onder 78 desisters en detransitioners (leeftijden 18 tot 33).
Bevindingen over sociale en psychische factoren
Volgens Littman rapporteerden veel ouders geen tekenen van genderdysforie vóór de puberteit. Kinderen behoorden vaak tot een vriendengroep waarin één of meer vrienden in dezelfde periode trans-geïdentificeerd raakten, en in sommige groepen werd er gespot met wie niet trans was. Genoemde bronnen van invloed waren YouTube-transitievideo's, Tumblr, vrienden en online gemeenschappen. In de tweede ouderstudie gingen psychische problemen gemiddeld 3,8 jaar vooraf aan de genderdysforie. Bij de detransitioners gaf ongeveer een vijfde aan zich onder druk gezet te voelen om te transitioneren door clinici, partners, vrienden of online gemeenschappen; 58% dacht dat hun genderdysforie werd veroorzaakt door een psychische aandoening of trauma, en bijna een kwart noemde moeite met zelfacceptatie als lesbienne, homo of biseksueel. In de vierde studie beoordeelden deelnemers factoren op belang; trauma of een psychische aandoening interpreteren als genderdysforie, zelfhaat en ontwijkende coping kwamen daar naar voren.
De drie vormen van genderdysforie volgens Bailey
Bailey plaatst ROGD in een bredere context en stelt dat genderdysforie niet één ding is. Hij onderscheidt drie vormen: genderdysforie die in de kindertijd ontstaat (zeer vroeg en volgens hem vermoedelijk aangeboren), autogynefiele genderdysforie, en rapid onset genderdysforie. Hij wijst op de sterke stijging van verwijzingen voor jongeren met genderdysforie, vooral bij meisjes, en op een verschuiving in de sekseratio die rond 2007 door Kenneth Zucker werd opgemerkt — hetzelfde jaar waarin het platform Tumblr begon. Bailey vergelijkt ROGD met eerdere epidemieën van sociaal besmettelijke verschijnselen zoals de meervoudige persoonlijkheidsstoornis en hervonden herinneringen. Tijdens de vragenronde komen ook discussies aan bod over de rol van scholen, farmaceutische bedrijven en de vraag of jongens met ROGD wel of niet autogynefiel zijn.
Bronnen
Let op: deze video is Engelstalig. Bekijk onze Verhalen voor Nederlandstalige getuigenissen.