Jordan Petersons gedachten over transgenderisme
Jordan Peterson bespreekt met Ben Shapiro de wetenschappelijke en maatschappelijke problemen rondom transgenderisme en genderzorg voor kinderen.
Over Jordan Peterson en Ben Shapiro
In dit gesprek bespreken psycholoog Jordan Peterson en Ben Shapiro het onderwerp transgenderisme. Peterson verwijst naar wetsvoorstel C-16 in Canada, dat hem politiek prominent maakte. Voor hem ging die kwestie maar voor een klein deel over gender en voor een veel groter deel over wat hij verplichte spraak (compelled speech) noemt: het idee dat de overheid hem voorschrijft welke woorden hij moet zeggen. Shapiro sluit zich daarbij aan, maar legt het accent op wat hij een fundamentele waarheidskwestie noemt, omdat hij vindt dat het erkennen van de biologische werkelijkheid voor hem het zwaarst weegt.
Temperament, sekse en gender
Peterson noemt het denken rond gender vaak troebel. Hij stelt dat er mensen zijn met een temperament dat afwijkt van het gemiddelde van hun sekse: volgens hem heeft ongeveer één op de tien vrouwen een mannelijker temperament en één op de tien mannen een vrouwelijker temperament, afhankelijk van waar je de grens legt. Een man met een vrouwelijk temperament, bijvoorbeeld hoog in inschikkelijkheid, neuroticisme en openheid, blijft volgens hem gewoon een man. Hij wijst erop dat creatieve mensen vaak aan de randen van genderidentiteit spelen, en noemt figuren als Mick Jagger, David Bowie en Madonna als charismatische voorbeelden. Het verschil tussen variatie in persoonlijkheid en het ontkennen van biologische sekse vindt hij wezenlijk; dat laatste noemt hij onhoudbaar.
Therapie, affirmatie en kinderen
Beide sprekers maken zich zorgen over genderzorg voor kinderen en over chirurgische ingrepen. Peterson betoogt dat ambivalentie over genderidentiteit bij de meeste mensen beter zonder operatie kan worden opgelost. Hij bekritiseert dat in Canada na het verbod op conversietherapie volgens hem alleen nog affirmatietherapie overblijft. Aan de hand van een voorbeeld van een veertienjarige cliënt legt hij uit dat therapie er voor hem op gericht is iemand zijn problemen te helpen uitzoeken, niet om een vooraf vaststaande claim over de eigen identiteit klakkeloos te bevestigen. Dat laatste noemt hij geen goede therapie.
Angst, moed en de cultus van authenticiteit
Peterson schetst zijn kijk op psychotherapie: elke therapierichting berust volgens hem op het idee dat vrije uiting van gedachten of het stapsgewijs blootstellen aan datgene wat je vreest genezend werkt. Via exposure leren mensen niet dat hun angst onbeduidend is, maar dat ze groter zijn dan hun angst en moed kunnen ontwikkelen. Hij waarschuwt dat een cultus van authenticiteit, waarin je echte gevoelens als je ware zelf gelden, deze vorm van therapie kan ondermijnen. Het gesprek eindigt met de gedachte dat autonomie alleen kan bestaan binnen een hogere orde van eenheid, gezin en gemeenschap, en dat autonomie zonder die kaders volgens beiden in chaos vervalt.
Bronnen
Let op: deze video is Engelstalig. Bekijk onze Verhalen voor Nederlandstalige getuigenissen.