Snoeiharde botsting in de Kamer over de Transgenderwet
Snoeiharde botsting in de Kamer over de Transgenderwet
Over dit Kamerdebat
Deze video toont een felle botsing in de Tweede Kamer over de Transgenderwet. Aanleiding is een motie van mevrouw Van Vroonhoven (NSC), mede ondertekend door de heer Diederik van Dijk, die de regering verzoekt het wetsvoorstel "wijziging vermelding geslacht in geboorteakte" (kamerstuk 35825) binnen een maand in te trekken. Dit wetsvoorstel ligt naar eigen zeggen al sinds 2021 bij de Kamer en is eerder controversieel verklaard. De motie wordt aan het einde van een commissiedebat over personen- en familierecht ingediend, wat tot scherpe kritiek leidt van diverse Kamerleden en van de minister.
Het inhoudelijke standpunt van NSC
Van Vroonhoven benadrukt dat NSC niet tegen transpersonen is en achter de bestaande transgenderwet en de bescherming die deze biedt staat. Het bezwaar richt zich op de voorgestelde uitbreiding ofwel "vergemakkelijking": het makkelijker maken om van geslacht te wisselen in het paspoort, een leeftijdsverlaging naar 16 jaar, het laten vervallen van een verplicht deskundigenrapport en de mogelijkheid om terug te keren naar het oude geslacht. Volgens haar gaat dit een grens over die NSC niet wil passeren, vanwege het maatschappelijk evenwicht dat naar haar mening in het geding komt. Met de motie wil de fractie dit standpunt markeren.
De kritiek van andere Kamerleden
Verschillende Kamerleden verzetten zich, vooral tegen de procedure. De heer Sneller (D66) wijst erop dat NSC in haar verkiezingsprogramma zorgvuldige behandeling van wetten belooft, en dat een wet via een motie intrekken daar haaks op staat. Het Kamerlid dat zich als enige non-binaire Kamerlid presenteert, stelt geraakt te worden door de wet en verwijt NSC vooraf geen gesprek te hebben gevoerd. Het lid Kostić stelt dat belangenorganisaties om gesprek hebben gevraagd en dat NSC pas laat een kort gesprek toezegde, terwijl de motie al vaststond. De heer Van Nispen (SP) had bij de behandeling vragen gesteld aan de minister, onder meer over beelden rond vrouwentoiletten, vrouwengevangenissen en vrouwensport, en stelt dat de motie hem en anderen de kans ontneemt om antwoorden te krijgen voordat een gefundeerde keuze wordt gemaakt.
De reactie van de minister
De minister geeft aan grote moeite te hebben met de motie, zowel vanwege de inhoud als vanwege het proces. Hij staat naar eigen zeggen achter de wet als zodanig. Hij wijst erop dat het debat na de eerste termijn van de Kamer is geschorst en niet meer is heropend, en dat de Kamer na de val van het kabinet het wetsvoorstel controversieel verklaarde, waardoor hij zijn eigen beantwoording in eerste termijn nog niet heeft kunnen geven. Omdat het volgens hem een moreel zwaarwegend thema betreft met afgesproken spelregels, vindt hij het indienen van de motie naar aanleiding van een commissiedebat waarin de transgenderwet niet was besproken niet behoorlijk. Hij ontraadt de motie en kondigt aan dit ook in de ministerraad aan te geven. Op een vraag of de motie bij aanname binnen vier weken zou worden uitgevoerd, herhaalt hij dat hij de motie nadrukkelijk ontraadt.