Van Meijeren betrapt minister op leugens in debat over transgenders in sport
Van Meijeren betrapt minister op leugens in debat over transgenders in sport
Over het debat
Deze video toont een woordenwisseling tussen Kamerlid Van Meijeren en een minister tijdens een parlementair debat over de deelname van transgenders aan de sport. Het gesprek draait om de vraag hoe sportbonden omgaan met de toegang van transgenders tot vrouwencompetities en kleedkamers, en in hoeverre de overheid daarin een rol moet spelen. Van Meijeren stelt dat de minister feiten verdraait, terwijl de minister nadrukkelijk afstand neemt van de manier waarop hij over de betrokken groep spreekt.
Zelfidentificatie en sportbonden
In het debat komt aan de orde dat sportbonden volgens Van Meijeren zelfidentificatie als uitgangspunt nemen, op aansturing van NOC-NSF, dat door het ministerie wordt gesubsidieerd. Hij beschrijft dat dit ertoe leidt dat personen met mannelijke geslachtsdelen meedouchen bij meisjes en deelnemen aan competities met meisjes. De minister geeft aan veel vertrouwen te hebben in de Nederlandse sportwereld en de sportbonden, die volgens haar zelf goed in staat zijn om beleid te maken waarbij er voor iedereen die wil sporten een plek is. Van Meijeren erkent dat de overheid terughoudend mag zijn met ingrijpen, maar betoogt dat er wel degelijk een taak voor de overheid is wanneer vrouwen en meisjes niet meer veilig en vrij kunnen sporten.
De belangenafweging
Van Meijeren formuleert het vraagstuk als een belangenafweging: aan de ene kant het belang van mannen die zich een vrouw voelen en zich onprettig voelen in een mannencompetitie en mannenkleedkamer, en aan de andere kant het belang van meisjes en vrouwen die veilig en vrij willen sporten. Hij verwijt de minister dat zij de door hem beschreven problematiek accepteert en daarmee het belang van de eerste groep laat prevaleren. Hij benadrukt herhaaldelijk dat een feitelijke constatering nooit een reden mag zijn om personen verkeerd te behandelen, uit te schelden of kwaad te doen, en zegt juist compassie te voelen met deze mensen en hun toegang tot goede zorg te willen.
Het geschil over de DSM
Een centraal punt in de discussie is de DSM, het handboek voor de classificatie van psychische stoornissen dat in de psychiatrische sector wordt gebruikt. Van Meijeren stelt dat genderdysforie hierin is opgenomen, met de codes f64.0 en f64.2, en verwijt de minister dat zij eerst ontkende dat genderdysforie in de DSM staat en vervolgens, toen hij dit aantoonde, van argument wisselde. De minister neemt afstand van het scharen van een hele groep mensen onder een psychisch probleem en verwijst naar uitspraken van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). Van Meijeren betoogt dat de feiten in het parlement van belang zijn en bekritiseert dat er volgens hem over de inhoud en de aard van de DSM wordt gelogen.