Deel 5 van 6

Auteurs nemen afstand

Zelfs vanuit de Amsterdamse oorsprong klinkt nu voorbehoud: het protocol was nooit bedoeld voor de groep waarop het wereldwijd werd toegepast.

Een van de veelzeggendste ontwikkelingen is dat het voorbehoud niet langer alleen van buitenstaanders komt. Vanuit het Amsterdamse centrum en van de oorspronkelijke auteurs zelf klinkt steeds duidelijker dat het Dutch Protocol nooit bedoeld was voor de groep waarop het inmiddels wereldwijd wordt toegepast.

Het was nooit voor iedereen bedoeld

De boodschap die uit het oorspronkelijke kamp komt, is consistent: het protocol werd ontworpen voor een smalle, zorgvuldig geselecteerde groep met vroeg ontstane, stabiele dysforie en zonder zware comorbiditeit. De brede affirmatieve toepassing op adolescent-onset jongeren met complexe psychische problematiek is een afwijking van het oorspronkelijke model, geen logisch verlengstuk ervan. Het Amsterdamse centrum heeft herhaaldelijk benadrukt dat zorgvuldige diagnostiek en terughoudendheid de kern vormden.

Erkenning van onzekerheid

Tegelijk is er ruimte ontstaan voor het erkennen van onzekerheid over de uitkomsten. Waar het protocol decennialang met stelligheid werd verdedigd, klinkt nu meer voorbehoud over wat er werkelijk bekend is over de langetermijneffecten, over wie baat heeft bij de behandeling en over de risico’s van vruchtbaarheidsverlies, botgezondheid en onomkeerbare ingrepen. Die toon verschilt scherp van de zekerheid waarmee het protocol internationaal werd uitgedragen.

Het gevaar van een terugtocht zonder erkenning

Het afstand nemen van de brede toepassing is op zichzelf een belangrijke verschuiving. Maar het laat onverlet dat een hele generatie jongeren is behandeld op grond van een model waarvan de oorspronkelijke makers nu zeggen dat het op hen niet van toepassing was. De vraag naar verantwoordelijkheid voor die behandelpraktijk blijft daarmee open.

De spanning tussen oorsprong en praktijk

Hier ontstaat een ongemakkelijke spanning. De oorspronkelijke auteurs kunnen er met recht op wijzen dat hun model strenger en smaller was dan de internationale praktijk ervan maakte. Maar het waren wel hun publicaties die als wetenschappelijke legitimatie dienden voor die praktijk, en de bezwaren tegen het oorspronkelijke onderzoek — ontbrekende controlegroep, uitval, kwetsbare uitkomstmaten — raken ook de smalle, oorspronkelijke toepassing.

Het afstand nemen lost het bewijsprobleem dus niet op. Het verlegt de vraag: als zelfs de makers terughoudendheid bepleiten en de internationale consensus kantelt, waarom houdt Nederland dan vast aan het model? Dat is het slotdeel van dit dossier.


Bronnen bij dit deel

→ Volgende: Waarom Nederland vasthoudt.