Abigail Shrier — Slechte therapie: waarom kinderen niet meer opgroeien
In dit uitgebreide interview bespreekt Abigail Shrier haar boek "Bad Therapy: Why the Kids Aren't Growing Up". Ze betoogt dat de explosieve groei van jeugdtherapie en emotionele validatiecultuur kinderen kwetsbaarder maakt en bijdraagt aan psychische problemen, waaronder genderdysforie. Haar analyse verbindt de opkomst van transgenderidentificatie bij jongeren met bredere trends in therapiecultuur en sociale besmetting.
Over Abigail Shrier
Abigail Shrier is schrijver bij de Wall Street Journal en auteur. Velen kennen haar van haar eerste boek, Irreversible Damage: Teenage Girls and the Transgender Craze, dat de sterke toename van twijfel over genderidentiteit onder adolescente meisjes analyseert. In deze online bijeenkomst van de Free Speech Union, de Britse lancering van haar nieuwe boek, gaat ze in gesprek over Bad Therapy: Why the Kids Aren't Growing Up. Aanleiding is de stelling dat de therapeutische aanpak van opvoeding in de afgelopen twee decennia jongeren mogelijk meer kwaad dan goed heeft gedaan.
Wat Shrier "slechte therapie" noemt
Met "slechte therapie" doelt Shrier op onnodige therapie die bestaande klachten verergert of nieuwe klachten introduceert. Ze wijst op een paradox: terwijl behandeling toegankelijker is dan ooit, blijven diagnoses en gerapporteerde psychische klachten onder jongeren stijgen. Volgens haar zijn therapeutische technieken breed verspreid geraakt, ook op scholen, waar leraren en counselors een therapeutische rol op zich nemen. Daarbij horen volgens haar bijwerkingen zoals meer angst, somberheid, voortdurend stilstaan bij eigen pijn en vervreemding van naasten. Ze verwijst naar onderzoek, waaronder een studie onder duizenden Britse tieners, dat suggereert dat schoolinterventies kinderen somberder en angstiger maakten in plaats van veerkrachtiger.
Opvoeding, autoriteit en veerkracht
Shrier stelt dat ouders hun vertrouwen in eigen oordeel zijn kwijtgeraakt en hun gezag zijn gaan uitbesteden aan experts. Ze pleit ervoor dat ouders weer hun eigen waarden overbrengen en grenzen durven stellen. Ze beschrijft een generatie die zich machteloos voelt, voortdurend wordt gevolgd en gecorrigeerd, en die alledaagse tegenslagen als trauma is gaan ervaren. Voortdurend monitoren werkt volgens haar als een vorm van stress. Tegelijk benadrukt ze dat therapie en medicatie wel degelijk nodig zijn voor kinderen die echt ernstig lijden; juist die groep komt volgens haar tekort doordat lichte gevallen alle aandacht en middelen opslokken.
De link met genderidentificatie
Shrier verbindt de therapiecultuur met haar eerdere werk over genderidentificatie bij jongeren. In vrijwel alle gevallen waarin een dochter dit pad opging, vertelt ze, had het meisje al een therapeut. Ze beschrijft hoe ouders zich vaak niet in staat voelen om in te grijpen, bijvoorbeeld door een kind van school te halen of het gebruik van een binder te stoppen, omdat hun gezag is ondermijnd. Ze benoemt ook hoe taal als "ik voel me onveilig" wordt gebruikt om debat te smoren, en hoe het idee groeide dat iets negatiefs blijvend zou beschadigen. Veerkracht is volgens onderzoek juist de meest voorkomende reactie op tegenslag. Ze noemt verder hoe casual diagnoses en empathie met een te smalle blik tot problemen kunnen leiden, en verwijst naar het werk van psycholoog Paul Bloom.
Bronnen
Let op: deze video is Engelstalig. Bekijk onze Verhalen voor Nederlandstalige getuigenissen.