Wat artsen doormaken als ze genderideologie weerstaan — dr. André Van Mol
Dr. André Van Mol beschrijft de professionele en sociale druk waarmee artsen te maken krijgen wanneer zij kritisch zijn over genderzorg of weigeren mee te
Over André Van Mol
Dr. André Van Mol is een gecertificeerd huisarts (board-certified family physician) die getuigt in parlementen en internationale fora over genderzorg. In dit gesprek beschrijft hij waar hij in zijn werk tegenaan loopt. Zo merkt hij op dat advocaten van de tegenpartij in de rechtszaal vaak proberen zijn getuigenis ongeldig te laten verklaren met het argument dat een huisarts geen expert zou zijn — terwijl een huisarts die voor een genderkliniek werkt volgens diezelfde redenering wel als deskundige geldt. Daarom richt hij zich naar eigen zeggen op andere wegen waar hij effectiever kan zijn.
Ideologische invloed op instituties
Volgens Van Mol ligt het grootste obstakel in wat hij de ideologische greep noemt op medische organisaties, wetgevers, media en de academische wereld. Hij stelt dat deze pijlers van de samenleving zijn meegegaan in een opvatting die zich als wetenschap presenteert, versterkt door de boodschap dat tegenwerking tot zelfdoding zou leiden. Dat noemt hij geen bewijs maar groepsdenken. Veel wegen leiden volgens hem terug naar WPATH (de World Professional Association for Transgender Health), die hij beschrijft als een belangenorganisatie van activisten in plaats van een medische instantie. Hij wijst erop dat de Standards of Care 7 in een wetenschappelijke evaluatie van richtlijnen 0 van de 6 scoorde op bewijskracht, en dat in de nieuwere Standards of Care 8 leeftijdsgrenzen voor puberteitsremmers, cross-sekse-hormonen en chirurgie zijn verdwenen.
Wat reviews van het bewijs laten zien
Van Mol verwijst naar zes uitgebreide literatuuroverzichten — drie uit het Verenigd Koninkrijk, een uit Zweden, een uit Finland en een uit de Amerikaanse staat Florida. Volgens hem tonen deze dat de studies achter zogeheten gender-affirmerende behandelingen van lage tot zeer lage kwaliteit zijn, wat betekent dat ze niet aantonen wat ze beweren. Hij noemt de NICE-reviews over puberteitsremmers en cross-sekse-hormonen en het interim-rapport van de Cass-review, en stelt dat landen als het Verenigd Koninkrijk, Zweden, Finland en Noorwegen hun koers hebben omgekeerd. Voor minderjarigen pleit hij voor uitgebreide psychologische evaluatie en behandeling van de jongere en het gezin, omdat onderliggende problemen zoals nadelige jeugdervaringen, gezinsdynamiek en een oververtegenwoordiging van autisme volgens hem vaak voorafgaan aan de genderdysforie.
De studie van Bränström en Pachankis
Als voorbeeld bespreekt Van Mol een studie van Richard Bränström en John Pachankis in de American Journal of Psychiatry, gebaseerd op Zweedse medische dossiers, die in de media uitbundig werd gevierd. Hij vertelt dat hij met collega's — onder wie Paul McHugh, Miriam Grossman en Michael Laidlaw — een ingezonden brief schreef die de tekortkomingen blootlegde. De redactie schakelde externe statistici in die het grotendeels eens waren met de critici, waarna de auteurs hun data heranalyseerden en concludeerden dat noch hormonen noch chirurgie verbetering in de onderzochte mentale-gezondheidsmaten opleverden. Volgens Van Mol kreeg deze correctie nauwelijks media-aandacht, in tegenstelling tot de oorspronkelijke publicatie.
Bronnen
Let op: deze video is Engelstalig. Bekijk onze Verhalen voor Nederlandstalige getuigenissen.