Genderdysforie: de wetenschap — dr. André Van Mol (2022)
Dr. André Van Mol, huisarts en medisch ethicus, bespreekt de wetenschappelijke stand van zaken rondom genderdysforie op de Biblical Sexual Ethics
Over dr. André Van Mol
In deze lezing, door de spreker zelf aangeduid als "Genderdysforie: de transgender-tsunami en onze reactie", bespreekt dr. André Van Mol de wetenschappelijke vragen rondom genderdysforie. Hij verwijst naar een uitgebreide set lezingnotities met een groot aantal verwijzingen, zodat luisteraars de aangehaalde studies zelf kunnen naslaan. De voordracht behandelt achtereenvolgens taal, biologie, diagnostiek en behandeling, en gaat in op wat het beschikbare onderzoek volgens hem wel en niet laat zien.
Taal, sekse en gender
Van Mol benadrukt dat taal het denken vormt en waarschuwt om termen niet klakkeloos over te nemen. Hij omschrijft biologische sekse als bepaald bij de conceptie en afleesbaar in elke cel met een celkern, en verwijst hierbij naar de DSM-5. Aandoeningen in de geslachtsontwikkeling (DSD's, intersekse) beschrijft hij als zeldzame medische condities, geen identiteiten en geen derde sekse; volgens hem worden condities als het Klinefelter- en Turner-syndroom soms ten onrechte meegeteld om aantallen groter te laten lijken. Het woord "gender" is volgens hem in het huidige gebruik losgekoppeld van biologie; hij wijst op het werk van psycholoog John Money uit 1955 als beginpunt daarvan. Ook het idee van een mannelijk of vrouwelijk "brein" wijst hij af, met verwijzing naar onderzoek op grote aantallen hersenscans dat menselijke breinen niet in twee aparte categorieën indeelt.
Prevalentie, desistance en bijkomende problematiek
Van Mol wijst op een sterke toename van jongeren die zich als trans benoemen, terwijl de prevalentie volgens de DSM-5 eerder zeer laag was. Hij stelt dat genderdysforie bij de meerderheid van de jongeren vanzelf afneemt richting volwassenheid ("desistance"), en verwijst onder meer naar werk van Ken Zucker. Hij benadrukt dat het zich nog ontwikkelende brein van minderjarigen langetermijngevolgen moeilijk kan overzien. Daarnaast komen er volgens hem vaak andere problemen aan vooraf, zoals autismespectrum, angst, depressie, ingrijpende jeugdervaringen en gezinsproblematiek; hij noemt studies uit Australië, het onderzoek van Lisa Littman naar "rapid onset gender dysphoria" en een groot dossieronderzoek van Kaiser Permanente. Ook sociale beïnvloeding en wat hij "semantische besmetting" noemt, ziet hij als factoren.
Behandeling, ethiek en internationale heroverweging
Van Mol bespreekt vier vormen van transitie: sociaal, puberteitsremmers, cross-sekse hormonen en operaties. Hij stelt dat puberteitsremmers volgens hem geen neutrale "pauzeknop" zijn maar persistentie bevorderen, en risico's kennen voor vruchtbaarheid, botdichtheid en stemming. Cross-sekse hormonen en operaties brengen volgens hem verdere risico's en onomkeerbare gevolgen mee. Hij betwist de stelling dat zogenoemde "gender affirming therapy" zelfdoding vermindert en bespreekt kritiek op studies, waaronder een Zweeds onderzoek waarvan de conclusie na heranalyse werd bijgesteld. Als ethische kernpunten noemt hij niet schaden, informed consent en het eerst behandelen van onderliggende problemen, waarbij hij "watchful waiting" als alternatief aandraagt. Tot slot wijst hij op heroverweging in het Verenigd Koninkrijk (de zaak Bell versus Tavistock en beoordelingen door NICE), Zweden (Karolinska) en Finland.
Bronnen
Let op: deze video is Engelstalig. Bekijk onze Verhalen voor Nederlandstalige getuigenissen.