Andrew Doyle: Hoe activisten het trans-narratief controleren
Andrew Doyle, komiek en journalist, analyseert de strategieën waarmee trans-activisten het publieke debat over genderidentiteit domineren. Hij beschrijft hoe radicale standpunten geleidelijk genormaliseerd worden en critici worden gecanceld of gemarginaliseerd. Een heldere uiteenzetting van de mechanismen achter de culturele verschuiving op het gebied van gender.
Over Andrew Doyle
Andrew Doyle is komiek en journalist. In dit gesprek ontleedt hij de strategieën waarmee volgens hem trans-activisten het publieke debat over genderidentiteit sturen, en hoe radicale standpunten geleidelijk genormaliseerd zijn geraakt. Zijn achtergrond ligt in de geesteswetenschappen, in het bijzonder de Engelse literatuur, en vanuit die ervaring met het academische bedrijf trekt hij een vergelijking met andere theorieën die hij als ondeugdelijk beschouwt.
Debat onmogelijk maken
Doyle stelt dat de uitspraak "trans women are women" niet bestand is tegen kritiek, en dat de reactie daarop is geweest om discussie zelf te ontmoedigen. Wie het oneens is, wordt volgens hem weggezet als fascist, bigot of "TERF" — een label dat hij vergelijkt met de beschuldiging van hekserij. Hij wijst op Stonewall, oorspronkelijk een Britse organisatie voor homorechten die zich vanaf 2015 op transrechten richtte en een officieel beleid van "No debate" voerde: meegaan met de standpunten of geen plek aan tafel krijgen. Door tegenstanders als kwaadaardig te bestempelen werd het volgens Doyle erg moeilijk om nog inhoudelijk te spreken over zaken als aparte ruimtes, sport en gevangenissen voor vrouwen.
Activisten in de plaats van experts
Een centraal punt is dat activistische groepen zich voordoen als deskundigen. Doyle noemt WPATH, dat zich presenteert als wereldautoriteit op het gebied van gendermedicijn, maar dat hij zelf een belangengroep noemt. Hij verwijst naar de zogenoemde WPATH-files en naar de Cass-review over pediatrische genderzorg, die volgens hem het debat hebben opengebroken. In de Standards of Care versie 8 staat een hoofdstuk over "eunuch identity", waarin wordt gesteld dat de wens om de geslachtsdelen te verwijderen een vorm van genderidentiteit zou zijn die respect verdient. Doyle vindt dat zorgwekkend, en wijst erop dat de feministische website Reduxx hier onderzoek naar heeft gedaan. Zijn conclusie: ideologen horen niet thuis in de geneeskunde.
"Idea laundering" in de academie
Doyle beschrijft een mechanisme dat hij, naar Peter Boghossian, "idea laundering" noemt. Marginale ideeën worden gelegitimeerd door ze door een eigen accreditatiekanaal te halen: men richt een tijdschrift op, laat promovendi artikelen schrijven die naar elkaar verwijzen, en wekt zo de schijn van wetenschappelijke geldigheid. Als voorbeeld noemt hij "fat studies", waarin het verband tussen ernstig overgewicht en slechte gezondheid wordt weggeredeneerd. Vanuit zijn eigen studietijd herkent hij hetzelfde patroon in de literatuurwetenschap, waar denkers als Michel Foucault haast als heiligen werden behandeld en steeds dezelfde namen elkaar citeerden. Hij verwerpt het postmoderne idee dat taal de werkelijkheid schept — bijvoorbeeld dat homoseksualiteit niet zou hebben bestaan voordat het woord werd uitgevonden — en verwijst naar dichters als Richard Barnfield en Shakespeare als bewijs dat gelijkgeslachtelijke liefde er eeuwen eerder al was. Hij haalt ook Camille Paglia aan, die deze academische zelfbevestiging vroeg bekritiseerde.
Bronnen
Let op: deze video is Engelstalig. Bekijk onze Verhalen voor Nederlandstalige getuigenissen.