Bisschop een uur lang op de progressieve grill over de Transgenderwet
Bisschop een uur lang op de progressieve grill over de Transgenderwet
Over Roelof Bisschop (SGP)
In dit bijna een uur durende Kamerfragment voert SGP-Kamerlid Bisschop het woord tijdens de behandeling van het wetsvoorstel over het wijzigen van de geslachtsregistratie, ook wel aangeduid met de term zelfidentificatie. Vanwege het gevoelige en verstrekkende karakter neemt hij ruim de tijd en kondigt hij aan vijf thema's te willen bespreken: het belang van geslacht en de geslachtsregistratie, de noodzaak en onderbouwing van het voorstel, de achtergrond van de wet, de juridische bezwaren en de belangen van derden. Door zijn betoog loopt steeds de stelling dat hij compassie wil tonen voor wie worstelt met de beleving van het eigen geslacht, terwijl hij zich keert tegen het idee dat geslacht een vrije, willekeurige keuze of een sociaal construct zou zijn. Het fragment bestaat grotendeels uit een lang debat met Kamerleden van D66, Volt, BIJ1, GroenLinks en de PvdA, die hem herhaaldelijk interrumperen.
Geslachtsregistratie en de positie van kinderen
Bisschop bestrijdt dat de geslachtsregistratie bij de burgerlijke stand slechts een formaliteit is, en wijst op het onderscheid tussen man en vrouw als basisstructuur. Hij stelt dat het voorstel de positie van intersekse personen onbehandeld laat, terwijl de rechtbank Amsterdam volgens hem aangaf dat sekse en genderidentiteit niet hetzelfde zijn. Een groot deel van het debat gaat over kinderen. Hij betoogt dat een kind van een ouder die de registratie wijzigt nauwelijks gehoord wordt, en verwijst naar de Kwaliteitsstandaard psychische transgenderzorg uit 2017 en naar de Kinderombudsman, die op uitnodiging van de SGP deelnam aan een door hen georganiseerd rondetafelgesprek. Kamerleden Van Ginneken, Simons en Koekoek brengen daartegen in dat het debat alleen over de administratieve registratie gaat en niet over medische transitie, en dat de Kinderombudsman in een brief juist pleit voor een toegankelijke procedure zonder leeftijdsgrens en zonder deskundigenverklaring, behalve bij conflict tussen ouder en kind.
Onderbouwing, cijfers en juridische bezwaren
Bisschop noemt de evaluatie van de transgenderwet eerder een quickscan dan wetenschappelijk onderzoek en plaatst kanttekeningen bij de beperkte kring van geïnterviewden. Hij verwijst naar onderzoek dat volgens hem aangeeft dat 80 tot 85 procent van de kinderen zich na de puberteit niet meer als transgender identificeert. Van Ginneken bestrijdt dit cijfer als verouderd en methodisch zwak en noemt onder meer onderzoek waarnaar zij verwijst als Princeton en studies uit Australië en Spanje. Bisschop koppelt de registratie aan een mogelijk medisch vervolg en verwijst naar ontwikkelingen in Zweden, Finland, Engeland en Duitsland. Op juridisch vlak bespreekt hij een uitspraak van het Europees Hof in een zaak tegen Frankrijk en kondigt hij amendementen aan, onder meer over het toetsen van de duurzaamheid van de overtuiging en over het horen van kinderen vanaf twaalf jaar. Tot slot vraagt hij aandacht voor de belangen van derden, waaronder vrouwen in gezamenlijke ruimtes. Hij sluit af met een levensbeschouwelijke passage waarin hij verwijst naar de schepping van mens als man en vrouw en naar Augustinus, waarop Simons, Van Ginneken en GroenLinks reageren met een beroep op de scheiding van kerk en staat.