Richard Dawkins: waarom mannen en vrouwen verschillend zijn
Richard Dawkins bespreekt bij UnHerd de biologische gronden van sekseverschillen en de grenzen van moderne genderideologie.
Over Richard Dawkins en UnHerd
In dit gesprek bij UnHerd licht bioloog en schrijver Richard Dawkins de biologische grondslag van het onderscheid tussen mannen en vrouwen toe. De aanleiding is zijn essay in de bundel The War on Science, samengesteld door Lawrence Krauss. Dawkins betoogt dat de wetenschap in de afgelopen jaren onder druk is komen te staan door wat hij de invloed van de cultuuroorlog noemt, en dat zelfs gezaghebbende tijdschriften als Nature, Science en Scientific American daardoor zijn geraakt. Hij wil in dit gesprek vooral helderheid scheppen over wat de biologie werkelijk zegt.
De seksebinariteit als uitzondering op het continuïm
Dawkins wijst erop dat de biologie vol zit met continua: lengte, gewicht en kleur lopen vloeiend in elkaar over. Sekse is volgens hem juist de uitzondering, een volledige binariteit tussen mannelijk en vrouwelijk. Het universele onderscheid in het hele dieren- en plantenrijk is de grootte van de geslachtscellen, de gameten. Mannen produceren talloze kleine zaadcellen, vrouwen weinig grote eieren; tussenvormen, isogameten, komen wel voor bij schimmels en algen, maar niet bij dieren en planten. Hij beschrijft een wiskundige redenering waarbij gelijke gameten (isogamie) in de evolutie instabiel zijn en uitlopen op ongelijke gameten (anisogamie). Daaruit volgt een economische ongelijkheid: het ei is kostbaar en schaars, het zaad is overvloedig en goedkoop.
Veertien gevolgen en gedragsverschillen
Uit die economische ongelijkheid leidt Dawkins veertien terugkerende patronen in het dierenrijk af. Voorbeelden die hij noemt: bij zoogdieren zijn het de vrouwtjes die zogen; bij vogels waar maar één sekse broedt of de jongen voert, is dat bijna altijd het vrouwtje; waar één sekse met felle kleuren of zang adverteert, is dat bijna altijd het mannetje; promiscuïteit komt vaker bij mannetjes voor, kieskeurigheid vaker bij vrouwtjes; mannetjes vechten doorgaans om partners en sterven vaak jonger. De menopauze noemt hij een uitzondering die hij verklaart vanuit het idee dat een vrouwtje op een gegeven moment meer voordeel haalt uit de zorg voor kleinkinderen dan uit eigen voortplanting. Dawkins benadrukt dat het woordje "bijna" nodig is, omdat er altijd uitzonderingen zijn, en dat hij liever niet over mensen praat omdat de mens een ongewone soort is.
Vermeende tegenvoorbeelden en de huidige discussie
Dawkins bespreekt enkele tegenvoorbeelden die in het debat worden aangedragen. Bij zeepaardjes wordt het mannetje zwanger, maar volgens de universele definitie op basis van gameetgrootte blijft het het mannetje. Clownvissen zijn sequentiële hermafrodieten die op verschillende momenten zaad of eieren produceren; dat schendt de gameetdefinitie niet en is volgens hem niet vergelijkbaar met transgender mensen, die geen hermafrodieten zijn. Hij stelt dat het genoemde cijfer van 1,7% intersekse onjuist is en noemt 0,08% als juistere benadering, met daarbij de kanttekening dat baby's met een onduidelijke sekse zeer zeldzaam zijn. Over transgender mensen zegt hij respect te hebben voor hoe iemand aangesproken wil worden, maar bezwaar te maken tegen toegang tot vrouwenkleedkamers en vrouwensport. Hij ziet de huidige genderdiscussie vooral als een mode en denkt dat er een kentering gaande is.
Bronnen
Let op: deze video is Engelstalig. Bekijk onze Verhalen voor Nederlandstalige getuigenissen.