Dr. Kaltiala over adolescente genderidentiteit — de Finse aanpak
Dr. Riittakerttu Kaltiala is een van de meest gezaghebbende Europese stemmen in het debat over genderzorg bij jongeren.
Over Dr. Riittakerttu Kaltiala
Dr. Riittakerttu Kaltiala is hoogleraar adolescentenpsychiatrie aan de universiteit van Tampere en hoofdpsychiater van de afdeling adolescentenpsychiatrie in het universitair ziekenhuis aldaar. In deze aflevering van de podcast Gender: A Wider Lens spreekt zij met Stella O'Malley en Sasha Ayad over haar ervaring met een van de twee landelijke gender-identiteitsdiensten voor minderjarigen in Finland, die in 2011 in Tampere opende. Kaltiala vertelt dat het besluit om die dienst voor kinderen en adolescenten te openen niet vanuit de adolescentenpsychiatrie kwam, maar voortkwam uit politieke en mensenrechtelijke discussies rond 2009 en 2010. Als hoofd van de afdeling kreeg zij de taak een nieuwe dienst op te zetten.
Een onverwachte patiëntengroep
Toen de dienst opende, week de groep jongeren sterk af van wat de literatuur en de klinieken in Amsterdam en Londen beschreven. In plaats van vooral jonge biologische jongens met genderdysforie vanaf de vroege kindertijd, zag het team overwegend tienermeisjes bij wie de gendervragen pas tijdens of na de puberteit ontstonden. Kaltiala benoemt dat het aandeel biologische meisjes in Finland al jaren rond de 85 tot 90 procent ligt. Daarnaast viel op dat veel jongeren een zware psychiatrische voorgeschiedenis hadden die duidelijk voorafging aan de gendervragen, en dat het aandeel met een autismespectrumstoornis in de eerste jaren boven de twintig procent uitkwam. Vanaf ongeveer 2015 zag het team nog een verschuiving: jongeren met een kortere geschiedenis van dysforie, soms meerdere tegelijk uit dezelfde school, die onderling intensief via sociale media contact hadden.
Identiteitsontwikkeling en voorzichtigheid
Vanuit de adolescentenpsychiatrie benadrukt Kaltiala dat identiteit zich juist tijdens de adolescentie ontwikkelt en pas tegen het einde van die fase stabiliseert. Een identiteit kan na anderhalf, twee of drie jaar heel anders uitpakken, en jongeren zijn bovendien gevoelig voor de invloed van leeftijdsgenoten. Ze herkende zich in het onderzoek naar snel opkomende genderdysforie en in beschrijvingen van sociale beïnvloeding. Het team zag dat psychiatrische klachten en moeilijkheden op school of in vriendschappen niet vanzelf verdwenen na hormonale behandeling. De boodschap werd daarom dat elke specifieke hulpvraag, of die nu psychiatrisch, pedagogisch of sociaal is, een eigen behandeling vergt en niet wordt opgelost door enkel een gendertransitie.
De Finse koers en advies aan ouders
Een nationaal orgaan liet een systematische review en een ethische analyse uitvoeren en concludeerde dat de bewijsbasis voor medische gendertransitie tijdens de ontwikkelingsjaren minimaal is. Daarom werd besloten dat een psychosociale interventie, gericht op het ondersteunen van de identiteitsverkenning, de eerste keuze is bij minderjarigen; medische trajecten volgen pas als de jongere dat daarna nog wenst. Kaltiala benadrukt dat dit geen poging is om een identiteit te veranderen. Aan ouders geeft ze als advies om vooral meer met hun adolescente kind te blijven praten, vragen te stellen, beschikbaar te blijven en zich goed te informeren over onomkeerbare gevolgen van behandelingen. Ze noemt het verdrietig wanneer jongeren spijt krijgen of detransitioneren, en vindt dat hun ervaringen ruimte en respect verdienen.
Bronnen
Let op: deze video is Engelstalig. Bekijk onze Verhalen voor Nederlandstalige getuigenissen.