Dr. Stephen Levine: 13 onwaarheden achter genderbevestigende therapieën voor kinderen
Psychiater Stephen Levine identificeert dertien onwaarheden in genderbevestigende therapieën. Klinisch onderbouwde kritiek op ideologisch verdreven wetenschap.
Over Dr. Stephen Levine
Stephen Levine is klinisch hoogleraar psychiatrie aan Case Western Reserve University. In deze bijdrage benoemt hij dertien ideeën die hij in de vakliteratuur tegenkomt bij voorstanders van genderbevestigende zorg voor kinderen, adolescenten en volwassenen. Volgens hem zijn deze dertien stellingen wetenschappelijk niet te verifiëren en klinisch onjuist, terwijl ze in publicaties en lezingen telkens met grote stelligheid worden herhaald. Hij stelt de vraag of het bij transzorg voor jongeren gaat om een echte therapeutische vooruitgang of om opnieuw een medisch misverstand, zoals in zijn ogen ook de opioïdencrisis: het ruim voorschrijven van middelen zonder dat nut en schade wetenschappelijk waren aangetoond.
De dertien aanvechtbare aannames
Levine loopt de stellingen langs die volgens hem de zorg onderbouwen maar niet kloppen. Een trans-identiteit zou eenmaal gevormd onveranderlijk zijn. Ze zou vooral door prenatale biologische krachten ontstaan, waarmee de behandeling wordt voorgesteld als het corrigeren van een embryonale vergissing. Seksuele oriëntatie zou volgens de WPATH-standaarden volledig los staan van genderidentiteit, terwijl Levine bij de ontwikkeling van kind naar adolescentie juist ziet dat aantrekking tot hetzelfde geslacht vaak een eerste uiting is. Verder zou geen enkele vorm van genderidentiteit een afwijking of een symptoom van een ander probleem zijn, een uitgangspunt dat hij psychologisch niet houdbaar noemt. Genderdysforie wordt een ernstige medische aandoening genoemd die alleen behandeld zou moeten worden als de patiënt dat wil, wat hij paradoxaal vindt. De bijbehorende emotionele problemen zouden vooral voortkomen uit een discriminerende wereld, terwijl veel van deze kinderen eerder al andere diagnoses kregen.
Geen alternatieven, suïcide en spijt
Volgens Levine wordt ouders verteld dat er geen effectief alternatief voor affirmatieve zorg bestaat en dat alleen dit hun kind kan redden, terwijl er wel degelijk psychiatrische benaderingen zijn. Pogingen tot psychotherapie worden afgeschilderd als onethische conversietherapie die verboden zou moeten worden. De aanname dat affirmatieve zorg de geestelijke gezondheid en het sociaal functioneren blijvend verbetert, wordt volgens hem niet door langetermijnstudies gesteund; hij wijst op studies die juist verhoogde sterftecijfers bij transseksuele volwassenen laten zien. De stelling dat affirmatieve zorg suïcidale gedachten vermindert en zelfdoding voorkomt, noemt hij de meest dwingende onwaarheid, samengevat in de keuze die ouders wordt voorgehouden tussen een kind op het kerkhof of een transkind. Hij verwijst naar Zweeds onderzoek met sterk verhoogde suïcidecijfers na geslachtsoperatie. Ook de ideeën dat jonge tieners zelf het best weten wat hen gelukkig maakt, dat het voldoen aan diagnostische criteria een goede uitkomst voorspelt en dat spijt en detransitie zeldzaam zijn, wijst hij af. Spijt wordt volgens hem te eng gedefinieerd, terwijl detransitie de laatste jaren juist steeds zichtbaarder wordt. Zijn conclusie: als de aannames onder de behandeling niet kloppen, hoe kan de behandeling zelf dan worden vertrouwd?
Bronnen
Let op: deze video is Engelstalig. Bekijk onze Verhalen voor Nederlandstalige getuigenissen.