Gender: A Wider Lens aflevering 14 — De werkelijke manieren om genderdysforie te behandelen
In deze vroege aflevering van de Gender: A Wider Lens podcast gaan Sasha Ayad en Stella O'Malley in op de vraag wat werkelijk helpt bij genderdysforie. Ze betogen dat psychologische begeleiding en exploratie van onderliggende oorzaken in de meeste gevallen effectiever zijn dan directe medische interventie. De aflevering biedt een evidence-based tegenwicht aan de dominante narratief van onmiddellijke bevestiging.
Over Gender: A Wider Lens
In deze aflevering van de podcast Gender: A Wider Lens spreken psychotherapeut Stella O'Malley uit Ierland en adolescententherapeut Sasha Ayad uit de Verenigde Staten over de vraag hoe je met genderdysforie kunt omgaan. O'Malley begeleidt gezinnen via het Gender Dysphoria Support Network; Ayad werkt met jongeren die vragen hebben over gender. Ouders die zij ontmoeten vragen vaak of medicalisering de enige manier is om genderdysforie aan te pakken. Beiden betogen dat er talloze andere wegen zijn, omdat genderdysforie volgens hen in de kern een vorm van mentale distress is.
Distress als startpunt, niet de uitzondering
O'Malley stelt dat mensen sinds mensenheugenis mentale pijn op allerlei manieren verwerken: via filosofie, religie, kunst, poëzie of muziek, maar soms ook via disfunctionele copingmechanismen zoals dwangmatigheid, anorexia of alcohol. Genderdysforie zien zij als één manier waarop onderliggende pijn zich kan uiten, vaak gericht op het lichaam en soms versterkt door online invloeden. Het idee dat een transgenderidentiteit iets uitzonderlijks zou zijn dat een ander soort aanpak vereist, willen ze juist loslaten. Vóór de genderdysforie was er volgens hen meestal pijn, en die pijn is wat aandacht verdient. Genoemde benaderingen zijn onder meer praattherapie, bibliotherapie, dialectische gedragstherapie (DBT) en acceptance and commitment therapy (ACT).
Beginnen bij het lichaam en de basis
Ayad begint bewust bij eenvoudige, lichamelijke zaken: voldoende slaap, gezonde voeding en beweging. Veel jongeren die zij begeleidt hebben een ontregeld slaapritme, vaak door eindeloos schermgebruik 's nachts. O'Malley noemt slapeloosheid een mogelijke uiting van angst en overdenken. Beiden waarschuwen voor de invloed van wat je online ziet. Ze verwijzen naar een detransitioner genaamd Nelly, beschreven in een stuk van Laura Dodsworth in de Sunday Times, die ontdekte dat het volgen van zeer dunne non-binaire modellen op Instagram haar kritischer maakte op haar eigen lichaam; door diversere lichamen te volgen werd ze milder. Ze noemen het illusory-effect: hoe vaker je iets ziet, hoe meer je het gaat geloven, zelfs als je dat niet wilt. In plaats van fixatie op hoe het lichaam eruitziet, pleit Ayad voor lichamelijke capaciteit: rennen, gewichtheffen, dansen, of juist stil zijn via yoga, om een andere relatie met het lichaam op te bouwen.
Onderliggende behoeften, woede en zelfbewustzijn
In plaats van meteen een therapeut of diagnose te zoeken, raden ze aan te kijken naar de drijvende behoefte. O'Malley verwijst naar de Amerikaanse psycholoog William Glasser, die vijf emotionele behoeften beschreef: veiligheid, liefde en verbondenheid, plezier en uitdaging, macht of competentie, en vrijheid of autonomie. Wordt aan een ervan niet voldaan, dan kan distress ontstaan. Ze bespreken ook hoe sommige jongeren via een identiteit proberen te individueren van hun ouders, en hoe angst voor de eigen woede en een cultuur van geforceerde positiviteit (toxic positivity) gevoelens onderdrukken. Andere thema's: het focussen op de dysforie maakt die vaak groter, het accepteren van het eigen lichaam inclusief de menstruatiecyclus, en het ongemak rond privilege. Hun rode draad is dat zelfbewustzijn de meest bevrijdende weg is, omdat het zware werk uiteindelijk door de persoon zelf gedaan moet worden.
Bronnen
Let op: deze video is Engelstalig. Bekijk onze Verhalen voor Nederlandstalige getuigenissen.