"Trans: wanneer ideologie de realiteit ontmoet" — interview met Helen Joyce over haar boek
Helen Joyce bespreekt haar boek "Trans: When Ideology Meets Reality" in een diepgaand interview. Ze legt uit hoe ze tot het schrijven van dit boek is
Over Helen Joyce
Helen Joyce is auteur en journalist. Ze promoveerde in de wiskunde, schreef daarna over wetenschap en statistiek en werkte vanaf 2005 als journalist en redacteur bij The Economist, onder meer voor de internationale, financiële en Britse secties. Terwijl ze de internationale sectie redigeerde, stuitte ze op het gegeven dat veel meer mensen zich als trans identificeren dan voorheen. Dat onderwerp liet haar niet meer los en leidde uiteindelijk tot haar boek "Trans: When Ideology Meets Reality". In dit Engelstalige gesprek in de podcast "Better Thinking" met gastheer en klinisch psycholoog Nish Nikolich licht ze toe waarom ze het boek schreef en wat zij ziet als de gevolgen.
Een boek over een idee
Joyce benadrukt dat haar boek niet over trans mensen of trans levens gaat, maar over een idee dat volgens haar iedereen raakt: het idee dat wat telt is wat je over je genderidentiteit verklaart, in plaats van de sekse die je daadwerkelijk hebt. Omdat mensen zoogdieren zijn met een mannelijke of vrouwelijke sekse, verandert volgens haar het herdefiniëren van wat het betekent man of vrouw te zijn ook wat het betekent mens te zijn. In de moderne samenleving doet sekse er volgens haar op veel terreinen niet meer toe, maar er blijven plekken waar het er volgens haar wel toe doet, zoals eenslachtige ruimtes of de vraag van een verkrachte vrouw om door een vrouwelijke arts onderzocht te worden.
Toename, kwetsbaarheid en sociale besmetting
Joyce wijst erop dat het lastig is harde aantallen te geven, omdat er geen scherpe definitie van "trans" bestaat en niemand het systematisch bijhoudt. Ze noemt indicatoren zoals een sterk gestegen aantal kinderen bij genderklinieken, nu vooral tienermeisjes, en wijst op een census in het Verenigd Koninkrijk waarvan de uitkomst volgens haar door slechte vraagstelling onbetrouwbaar was. Onder kinderen die zo in nood zijn dat ze naar een kliniek worden verwezen, ziet ze een oververtegenwoordiging van kwetsbare groepen: kinderen in de jeugdzorg, met autisme, met een geschiedenis van misbruik, eetstoornissen of zelfbeschadiging. Net als bij eetstoornissen kunnen ideeën zich volgens haar onder jongeren verspreiden. Ze trekt ook een lijn naar genderafwijkend gedrag dat vroeger vaak samenhing met later homoseksueel worden.
Spelen mag, maar pas op voor het concrete
Joyce vindt het goed dat kinderen experimenteren en zich ontwikkelen, en ziet weinig kwaad in spelen met namen, voornaamwoorden of zelfpresentatie. Problematisch wordt het volgens haar wanneer dit wordt vastgezet in medische behandeling met levenslange gevolgen of in gedrag dat kinderen in gevaar brengt. Ze beschrijft hoe heel jonge kinderen sociaal "getransitioneerd" worden voordat ze begrijpen wat sekse is, waarna de stap naar puberteitsremmers later bijna vanzelfsprekend lijkt. Samen met de psycholoog bespreekt ze dat het in haar ogen psychologisch onverstandig is om gevoelens automatisch te bevestigen; ze trekt vergelijkingen met de aanpak van eetstoornissen en pleit voor het scheiden van zeer verschillende situaties in plaats van ze allemaal onder één noemer "genderidentiteit" te vatten. Tot slot wijst ze erop dat subjectieve identiteiten botsen met de rechten en waarnemingen van anderen, bijvoorbeeld in sport en kleedruimtes, en bepleit ze aandacht voor iedereen die daarbij betrokken is.
Bronnen
Let op: deze video is Engelstalig. Bekijk onze Verhalen voor Nederlandstalige getuigenissen.