Waarom JA21 tegen de nieuwe Transgenderwet stemt
Waarom JA21 tegen de nieuwe Transgenderwet stemt
Over JA21 en het debat over de Transgenderwet
In deze video licht een woordvoerder van JA21 toe waarom de fractie tegen het wetsvoorstel voor de gewijzigde Transgenderwet stemt. De spreker vertelt dat de fractie zich grondig heeft voorbereid en daarvoor sprak met experts zoals een endocrinoloog, kinderartsen en medisch ethici, met ervaringsdeskundigen onder trans- en detransjongeren en met belangenorganisaties, en zich daarnaast in de literatuur heeft verdiept. Het uitgangspunt is volgens de spreker eenvoudig: geslacht en gender zijn niet hetzelfde. Een juridische geslachtswijziging doorvoeren terwijl het lichamelijke geslacht niet verandert, noemt de spreker een strijd met de werkelijkheid. Volgens de spreker hoort in officiële overheidsdocumenten, zoals het paspoort, het objectieve geslacht thuis en niet het gender. De bezwaren worden samengevat in drie groepen: kinderen, vrouwen en transgenderpersonen zelf.
Zorgen om kinderen en jongeren
De spreker stelt dat de wet het ook voor kinderen jonger dan 16 jaar mogelijk maakt om de geslachtsregistratie aan te passen, waardoor sociale transitie eenvoudiger wordt. Dat botst volgens de spreker met de adviezen om een afwachtende houding aan te nemen, omdat een vroege sociale transitie het moeilijker maakt om terug te keren naar het geboortegeslacht. De spreker verwijst naar onderzoek waaruit zou blijken dat zonder vroege sociale transitie een ruime meerderheid van de kinderen over de genderdysforie heen groeit, en wijst op een sterke stijging van aanmeldingen bij genderklinieken over een periode van tien jaar. De spreker noemt dat landen als het Verenigd Koninkrijk, Zweden en Finland terugkomen op vroege behandeling bij kinderen en jongeren, en vraagt of het niet beter is lopend onderzoek af te wachten voordat de wet wordt gewijzigd.
Veiligheid van vrouwen
Een tweede zorg betreft de veiligheid van vrouwen. De spreker wijst op het belang van onderscheid op basis van geslacht, bijvoorbeeld in de sport, waar volgens de spreker telt of iemand de puberteit als man of als vrouw heeft doorlopen. De spreker vraagt zich af of het werkbaar is om sportclubs zelf te laten bepalen wie toegang krijgt en pleit voor een landelijke regeling met een helder criterium. Ook noemt de spreker dat de confrontatie met mannelijke geslachtsdelen in vrouwenruimtes beangstigend kan zijn voor vrouwen die seksueel misbruik hebben meegemaakt. De spreker benadrukt zich geen zorgen te maken om transvrouwen zelf, maar om mannen die kwaad willen en misbruik van de wet zouden kunnen maken, en verwijst naar een samen met het Kamerlid Omtzigt ingediend amendement dat veroordeelde zedendelinquenten wil uitsluiten van de regeling.
Zorgen om transgenderpersonen zelf
Tot slot maakt de spreker zich zorgen om transgenderpersonen zelf, rond draagvlak en goede medische zorg. Als het geboortegeslacht niet meer geregistreerd staat, kan dat volgens de spreker relevant zijn voor diagnose en behandeling; de spreker kondigt hierover een motie aan. De spreker noemt de lange wachtlijsten in de transzorg als kernprobleem, omdat mensen daardoor soms eerst juridisch transitioneren, en kondigt ook daarover een motie aan. Verder waarschuwt de spreker dat het opleggen van een denkwijze vanuit Den Haag op weerstand kan stuiten, waarvan transgenderpersonen de gevolgen dragen. In een interruptiedebat gaat de spreker in op het verschil tussen statistische significantie en de relevantie van individuele incidenten, met de stelling dat beide groepen bescherming verdienen en niet tegenover elkaar mogen worden gezet.