Een wereld van ongewone seksuele geaardheden — dr. James Cantor
Dr. James Cantor bespreekt het wetenschappelijk onderzoek naar ongewone seksuele geaardheden en hun relatie tot genderidentiteit.
Over dr. James Cantor
Dr. James Cantor is seksuoloog en onderzoekt al ruim twee decennia wat bepaalt waartoe mensen zich seksueel aangetrokken voelen. Hij beschrijft zijn onderzoeksveld als de vraag hoe de hersenen "weten" waarop ze wel of niet reageren. Een deel van zijn werk begon als ondersteunende rol bij onderzoek van Ray Blanchard in een genderkliniek. In dit gesprek bespreekt Cantor seksuele geaardheden, de biologische aanwijzingen daarvoor en hoe dat alles zich verhoudt tot het debat over genderidentiteit. Hij benadrukt dat hij zichzelf niet als ideoloog ziet en in het verleden vaak voorstander is geweest van transitie bij volwassenen die weten wat ze opgeven.
Seksuele geaardheden als ingebouwde patronen
Cantor noemt seksuele interessepatronen die verder gaan dan voorkeur (blond of brunette) "paraphilieën": diepgewortelde patronen die volgens hem aangeboren en onveranderbaar lijken. Hij wijst op aanwijzingen uit hersenscans en op het verschijnsel handvoorkeur: in de gewone bevolking is ongeveer 8 tot 10 procent niet-rechtshandig, maar onder pedofielen ligt dat rond de 35 procent. Dat duidt er volgens hem op dat er al vroeg in de ontwikkeling, nog voor de geboorte, iets anders verloopt in de hersenorganisatie. Hij stelt dat de mate van bewuste controle over waar iemand door wordt opgewonden vrijwel nul is, terwijl er wel controle is over of iemand er naar handelt.
Onderscheid aantrekking en gedrag
Een groot misverstand is volgens Cantor dat pedofilie en kindermisbruik hetzelfde zouden zijn. Pedofilie beschrijft hij als het aantrekkingspatroon zelf, niet als een gepleegd delict; veel mensen die zich tot kinderen aangetrokken voelen plegen volgens hem geen misbruik, terwijl een groot deel van de daders juist geen pedofiel is. Hij pleit ervoor mensen die hiermee worstelen toegang te geven tot therapie en medicatie, omdat stigma hen volgens hem ondergronds drijft en het probleem verergert. Hij beschrijft ook een fallometrische test die in correctionele settings wordt gebruikt om reacties op stimuli te meten, ontwikkeld door Kurt Freund.
Genderidentiteit, hersenen en suïcide
Over transgenderzorg zegt Cantor verbaasd te zijn over hoe snel het thema zich heeft verspreid. Hij stelt dat homoseksualiteit terug te zien is in de hersenen, maar genderidentiteit op zichzelf niet, en dat studies die "transseksualiteit" in het brein zouden tonen volgens hem feitelijk homoseksualiteit lieten zien. Hij beschrijft autogynefilie als een afzonderlijk patroon bij een deel van de volwassen gevallen. Zijn kernzorg is dat er bij kinderen volgens hem de minste kennis en zekerheid is, terwijl de meest ingrijpende behandelingen worden ingezet. Over suïcide wijst hij op het verschil tussen suïcide en suïcidaliteit, en waarschuwt hij dat het verwarren van correlatie met causaliteit het beeld vertekent. Hij merkt op dat verschillende Europese landen, waaronder Finland, Zweden, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk, terughoudender zijn geworden.
Bronnen
Let op: deze video is Engelstalig. Bekijk onze Verhalen voor Nederlandstalige getuigenissen.