Dr. James Cantors revolutionaire theorie over transgender mensen
Dr. James Cantor bespreekt zijn wetenschappelijke theorie over de neurologische basis van transgenderidentiteit.
Over James Cantor
In dit gesprek licht de wetenschapper James Cantor zijn kijk op de oorsprong van transgenderidentiteit toe. Hij benadrukt dat hij zich baseert op wat het beschikbare bewijs laat zien en niet op wat hij persoonlijk zou willen dat waar is. Voor hem is veel van wat hier wordt besproken een empirische vraag: als iemand met onderzoek kan aantonen dat de verschijnselen fundamenteel anders in elkaar zitten, zou hij dat juist interessant vinden. Hij verwijst herhaaldelijk naar het werk van onderzoekers als Blanchard en Bailey als vertrekpunt voor zijn redenering.
Twee patronen volgens het besproken model
Cantor beschrijft dat er volgens hem bewijs is voor twee patronen, die hij ziet als verschillend in mate eerder dan in soort. Het ene patroon noemt hij het homoseksuele type. Hij wijst erop dat er volgens hem al vastgestelde verschillen bestaan tussen de hersenen van homoseksuele en heteroseksuele mannen, en hij zou verbaasd zijn als deze groep daar wezenlijk van afwijkt. Het andere patroon brengt hij in verband met wat Blanchard autogynefilie noemde: een gerichtheid die niet op een ander in de omgeving wijst, maar op het zelf, op het eigen lichaam, of op kleding. Daaruit kan volgens hem een meer aseksuele beleving voortkomen, of vormen die als fetisjistisch transvestitisme worden ervaren.
Erotic target location error en spiegelneuronen
Cantor bespreekt het idee dat Blanchard een "erotic target location error" noemde: een terugkerend patroon waarin mensen niet alleen worden aangetrokken tot iets in de omgeving, maar zelf dat ding lijken te willen worden. Hij noemt dit een fascinerend concept. Als mogelijke verklaring oppert hij — naar eigen zeggen als hypothese die hij nog niet heeft uitgewerkt of ingediend — de rol van spiegelneuronen, hersengebieden die normaal reageren op wat iemand bij een ander waarneemt. In zijn voorstel zou dit systeem bij sommige mensen worden geactiveerd door de eigen activiteit in plaats van door iets in de omgeving. Hij geeft expliciet aan dat hier nog geen onderzoek naar bestaat en dat dit speculatief is.
Persoonlijke beleving, kinderen en het debat
Cantor maakt onderscheid tussen iemands persoonlijke beleving en de onderliggende oorzaak in de hersenen. Iemands ervaring van "geboren in het verkeerde lichaam" doet hij niet af als ongeldig, maar hij stelt dat die beleving niet vertelt wat er feitelijk in de hersenen gebeurt. Hij vergelijkt het met de geneeskunde, waar artsen niet de ervaring maar de onderliggende structuur als ordening gebruiken. Voor kinderen pleit hij ervoor hen zich zo comfortabel mogelijk te laten voelen in hun lichaam totdat ze ouder zijn, omdat volgens hem het meeste onderzoek erop wijst dat de meeste van deze kinderen later homoseksueel of lesbisch blijken en niet trans blijven; voor wie dat wel doet kan transitie volgens hem dan de logische stap zijn. Tot slot uit hij zorg over het debat: volgens hem is er steeds minder ruimte om legitieme vragen te stellen, en hij vindt dat schadelijk, ook voor transgender mensen zelf. Hij noemt het problematisch dat een wetenschapper een beroep op vrije meningsuiting nodig zou hebben om hierover te schrijven.
Bronnen
Let op: deze video is Engelstalig. Bekijk onze Verhalen voor Nederlandstalige getuigenissen.