Dr. Jill Simons — de roofzuchtige kant van de kindergeneeskunde
Dr. Jill Simons, directeur van het American College of Pediatricians, spreekt bij The Spillover over wat zij de roofzuchtige kant van de moderne pediatrie
Over Dr. Jill Simons
Dr. Jill Simons is kinderarts en uitvoerend directeur van het American College of Pediatricians. In dit gesprek bij The Spillover met Alex Clark vertelt ze hoe ze ooit met enthousiasme lid werd van de American Academy of Pediatrics (AAP) om kinderen te beschermen, maar steeds meer het gevoel kreeg dat die organisatie afdreef van wat zij als kerntaak van de geneeskunde ziet: het beschermen van leven en het volgen van het bewijs. Toen ze zag dat de AAP transgenderbehandelingen voor kinderen aanbeveelde en haar eigen kinderziekenhuis in Minneapolis een genderkliniek voor kinderen opende, dacht ze even dat ze alleen stond. Pas toen ze op de radio een andere kinderarts kritisch hoorde spreken over puberteitsremmers en hormonen, ontdekte ze het American College of Pediatricians en sloot ze zich daarbij aan.
Verenigde Staten versus Europa
Volgens Simons is de Verenigde Staten een zorgelijk pad ingeslagen. Wanneer een kind bij een arts zegt zich niet thuis te voelen in het eigen lichaam of bang te zijn voor de puberteit, wordt dat vaak meteen voor waar aangenomen en begint volgens haar een traject van sociale affirmatie, puberteitsremmers, hormonen en operaties. Ze wijst op het Verenigd Koninkrijk en andere Europese landen, die volgens haar juist op hun schreden terugkeren en weer inzetten op psychische evaluatie en aandacht voor de gezinssituatie. Dat verschil verklaart ze doordat de kwestie in de VS volgens haar ideologisch en politiek is geworden, waardoor het bewijs niet onbevooroordeeld wordt bekeken en artsen die vragen stellen het zwijgen wordt opgelegd.
Schade, bewijs en de Nederlandse studies
Simons stelt dat genderdysforie zich bij een groot deel van de kinderen vanzelf oplost als ze de natuurlijke puberteit doorlopen, en dat dit een reden zou moeten zijn om niet permanent te medicaliseren. Ze noemt mogelijke gevolgen van hooggedoseerde hormonen en operaties, waaronder onvruchtbaarheid en niet goed functionerende organen, en bespreekt levenslange afhankelijkheid van behandeling. Ze verwijst naar een Zweeds onderzoek dat individuen tien jaar later volgde, en wijst erop dat de gangbare protocollen volgens haar teruggaan op Nederlandse studies, het zogeheten Dutch protocol, dat oorspronkelijk voor volwassenen was bedoeld en niet voor kinderen of tieners. Ze noemt ook de samenhang die zij ziet tussen autisme en genderdysforie, en de onderliggende psychische problematiek bij veel van deze kinderen.
Ouders, vertrouwen en advies
Hoewel sommige ouders zich afvragen of ze hun kind nog wel naar een kinderarts moeten brengen, benadrukt Simons dat er volgens haar nog steeds goede, betrokken kinderartsen zijn en dat preventieve controles waardevol zijn om ontwikkelingsproblemen vroeg op te sporen. Ze vindt dat ouders betrokken moeten blijven bij de medische zorg van hun kind en dat een kind volgens haar niet de ontwikkelingscapaciteit heeft om in te stemmen met ingrijpende behandelingen. Ouders raadt ze aan vragen te stellen, een vertrouwensband met de arts op te bouwen en eventueel te vragen of een arts lid is van het American College of Pediatricians. Tot slot verwijst ze naar de websites van de organisatie voor meer informatie en hulpbronnen.
Bronnen
Let op: deze video is Engelstalig. Bekijk onze Verhalen voor Nederlandstalige getuigenissen.