Kathleen Stock over de nieuwe politiek van genderidentiteit (Institute of Art and Ideas)
Filosoof Kathleen Stock bespreekt bij het Institute of Art and Ideas hoe genderidentiteit een nieuw politiek strijdtoneel is geworden.
Over Kathleen Stock
In dit gesprek bij het Institute of Art and Ideas (IAI) gaat filosoof Kathleen Stock in op de manier waarop genderidentiteit een politiek strijdpunt is geworden. Stock vertelt dat ze niet langer aan de universiteit verbonden is en zich nu vooral richt op een breder publiek. Ze zegt dat ze de inhoudelijke argumenten over geslacht en genderidentiteit grotendeels gemaakt heeft en dat haar belangstelling verschuift naar de vraag hoe instellingen en de academische wereld de huidige situatie hebben laten ontstaan.
Sekse en gender uit elkaar getrokken
Stock beschrijft hoe het idee van gender in de loop van de tijd is veranderd. In de jaren zeventig ontstond volgens haar een sociaal begrip van gender als een rol, geassocieerd met mannelijkheid of vrouwelijkheid, die los kon staan van sekse: je kon vrouwen hebben die mannelijk zijn en mannen die vrouwelijk zijn. Dat sociale idee is volgens haar later verschoven naar iets psychologisch en individueels: een innerlijke identiteit die in je hoofd zit, als een centraal en aangeboren deel van wie je bent. Ze noemt deze verschuiving een heel ander uitgangspunt dan het oorspronkelijke. Ze benadrukt dat ze geen probleem heeft met mensen die zeggen dat ze het een of het ander zijn, zich op een bepaalde manier gedragen of hun lichaam veranderen.
Wet, beleid en vrouwenruimtes
Volgens Stock ontstaat het probleem pas wanneer een innerlijke genderidentiteit wordt vastgelegd in wet en beleid en gaat bepalen wie toegang heeft tot bepaalde ruimtes, voorzieningen, sportteams of opvang. Ze wijst op zelfidentificatie (self-ID) als beleidslijn die volgens haar in verschillende landen speelt, en noemt daarbij Duitsland, Spanje en het Verenigd Koninkrijk. Ze stelt dat zij vindt dat er bescherming tegen discriminatie moet zijn voor wat zij sekse-non-conforme mensen noemt: mannen en vrouwen die zich anders kleden of hun lichaam veranderen, en homo's en lesbiennes. Tegelijk vindt ze dat er naast trans-inclusieve voorzieningen ook voorzieningen alleen voor vrouwen zouden moeten zijn, en pleit ze waar mogelijk voor aparte "derde" ruimtes. Ze noemt het voorbeeld dat in haar regio rond Brighton de opvang en hulpverlening na verkrachting trans-inclusief is en niet alleen voor vrouwen toegankelijk.
Fictie, geslacht en lichamen
Stock licht toe wat ze bedoelt met haar stelling dat de claim "transvrouwen zijn vrouwen" een vorm van fictie is. Volgens haar zegt ze daarmee niet dat transmensen niet bestaan; het zijn mensen die wel degelijk bestaan. Ze bedoelt dat mensen zich, net als bij verhalen of toneel, verbeeldend onderdompelen in een fictie wanneer ze zeggen dat er geen relevant verschil is tussen een vrouw en een transvrouw, terwijl de gangbare categorieën man en vrouw volgens haar in elke natuurlijke taal naar sekse verwijzen. In het gesprek komt ook de vergelijking met volwassenheid aan bod: ze erkent dat daar sociale conventie en vaagheid in zit, maar stelt dat het geen volledig willekeurige indeling is omdat het samenhangt met ontwikkeling. Ze houdt vol dat iemand die hormonen neemt of operaties ondergaat van uiterlijk kan veranderen, maar volgens haar niet van sekse verandert. Verder bespreekt ze geweld tegen vrouwen en wijst ze op gemiddelde lichamelijke verschillen en op de rol van testosteron, naast sociale factoren. Ze zegt dat ze het belangrijk acht het werk dat feministen sinds de jaren zeventig deden, zoals opvanghuizen, te behouden.
Bronnen
Let op: deze video is Engelstalig. Bekijk onze Verhalen voor Nederlandstalige getuigenissen.