Dr. Kenneth Zucker — de psycholoog die genderactivisten het zwijgen probeerden op te leggen
Dr. Kenneth Zucker was decennialang een gezaghebbend wetenschapper en clinicus op het gebied van genderdysforie bij kinderen.
Over Kenneth Zucker
Dr. Kenneth Zucker is psycholoog en was decennialang verbonden aan een van de eerste formele genderklinieken voor kinderen, in Toronto. In dit Engelstalige gesprek met Stella O'Malley en interviewer Mia blikt hij terug op veertig jaar klinisch werk en onderzoek naar genderdysforie bij kinderen. Hij beschrijft hoe zijn kliniek na vier decennia werd gesloten nadat lokale activisten het gehoor kregen van een nieuwe lichting bestuurders. Zucker spande een rechtszaak aan en kreeg een schikking: hij ontving naar eigen zeggen ongeveer 550.000 dollar plus vergoeding van zijn juridische kosten, samen rond de 800.000 dollar, en het ziekenhuis bood excuses aan voor bepaalde uitspraken. Hij eiste dat het bedrag openbaar mocht worden gemaakt en weigerde een geheimhoudingsclausule.
De geschiedenis van de diagnose
Een groot deel van het gesprek gaat over hoe de diagnose in de DSM terechtkwam en veranderde. Zucker schetst hoe in de DSM-III (1980) de diagnose gender identity disorder of childhood werd opgenomen, mede door toedoen van Richard Green, terwijl homoseksualiteit eerder juist uit de DSM was gehaald. Zelf werkte hij mee aan latere herzieningen: bij DSM-III-R (1987) stelde hij aanpassingen van de criteria voor meisjes voor, en bij DSM-IV (1994) werden gender identity disorder of childhood en transseksualisme samengevoegd tot één overkoepelende diagnose. In DSM-5 (2013) veranderde het label naar genderdysforie. Volgens Zucker had WPATH op de inhoud van zijn commissiewerk maar minimale invloed, met als belangrijkste uitzondering juist die labelwijziging. Zelf hechtte hij naar eigen zeggen weinig waarde aan het label en vindt hij genderdysforie, een term die teruggaat op de chirurg Fisk in de vroege jaren zeventig, een redelijke fenomenologische aanduiding. O'Malley en Mia betogen daarentegen dat de overgang naar genderdysforie conceptueel een omwenteling was die transidentiteit als natuurlijk en gezond neerzette.
Sociale transitie en desistance
Zucker bespreekt het langlopende onderzoek van psycholoog Kristina Olson naar kinderen die voor de puberteit sociaal transitioneerden. In een recent gepubliceerde monografie, met de jongeren nu gemiddeld rond de vijftien à zestien jaar, blijft volgens ouderrapportage 88,5 procent van de transkinderen zich zo identificeren en volgens zelfrapportage 81,6 procent. Dat staat in scherp contrast met de eerdere follow-up van Zuckers eigen kliniek in Toronto, waar volgens hem slechts 12 procent van de kinderen persisteerde. Zucker stelt dat hij al in 2018 voorspelde dat sociale transitie de kans sterk vergroot dat een kind dat pad blijft volgen, en noemt het provocatief maar verdedigbaar om sociale transitie als een psychosociale behandeling te zien die iatrogeen kan uitpakken. O'Malley en Mia gaan verder en noemen het een mislukte en schadelijke interventie. Zucker benoemt ook de zorg over kinderen die jong sociaal transitioneerden en nu, met aangescherpt beleid, mogelijk geen hormonen meer krijgen.
Ideologie versus voorzichtigheid
Zucker verzet zich tegen het verwijt van conversietherapie en stelt dat exploratie van de gevoelens van een kind iets anders is dan iemand dwingen te veranderen. Hij beschrijft hoe zijn kliniek juist als te voorzichtig werd weggezet, terwijl tien jaar later de Tavistock-kliniek in Londen na de Cass Review sloot wegens het tegenovergestelde, namelijk te permissief zijn. Hij wijst op de tegenstrijdigheid in het activistische frame: genderdysforie wordt enerzijds een normale variatie genoemd en anderzijds medisch noodzakelijk en levensreddend. Tot slot komt zijn werk aan de DSM-5 ter sprake, waaronder een voorstel rond paraphilie-subtypes dat na zeven jaar werk op het laatste moment werd geblokkeerd, en de niet opgenomen body integrity identity disorder.
Bronnen
Let op: deze video is Engelstalig. Bekijk onze Verhalen voor Nederlandstalige getuigenissen.