Dr. Lisa Littman bespreekt haar studie naar 100 detransitioners
Dr. Lisa Littman bespreekt haar peer-reviewed studie die in het Archives of Sexual Behavior werd gepubliceerd.
Over de studie van Dr. Lisa Littman
In deze video bespreekt Dr. Lisa Littman een door haarzelf uitgevoerde studie naar mensen die detransitioneerden. Zij definieerde detransitie als het transitioneren met medische of chirurgische methoden, gevolgd door het stoppen van die medicatie of het ondergaan van een operatie om de veranderingen te verminderen. Voor het onderzoek werkte zij samen met twee mensen met persoonlijke ervaring met detransitie, wat volgens haar hielp om de enquête duidelijk en relevant te maken voor uiteenlopende ervaringen, en bij de werving van deelnemers. De werving liep via uiteenlopende gemeenschappen, waaronder de WPATH-listserv en de APA, maar ook detransitie-fora en Facebook-groepen.
De deelnemers
De studie omvatte 100 deelnemers in de leeftijd van 18 tot boven de 60 jaar, overwegend vrouwelijk en uit de VS, het VK, Canada en Australië, overwegend wit, en doorgaans voorstander van gelijke rechten voor homo's en lesbiennes. Littman keek of de genderdysforie vroeg of laat begon door te vragen op welke leeftijd deze ontstond. Ongeveer de helft viel onder vroege en de helft onder late onset; 55 procent van de natale vrouwen rapporteerde dat hun genderdysforie pas met de puberteit of later begon. Volgens Littman weerlegt dit eigen relaas de kritiek op haar eerdere ouder-rapportstudie, namelijk dat deze kinderen hun vroege dysforie alleen maar verborgen zouden hebben gehouden.
Verschillen, behandeling en redenen
Er waren statistisch significante verschillen tussen vrouwelijke en mannelijke deelnemers: vrouwen zochten jonger transitie, besloten jonger te detransitioneren, waren korter getransitioneerd, vaker exclusief homoseksueel op basis van natale sekse, en gaven vaker aan zich onder druk gezet te voelen om te transitioneren. De meeste deelnemers gebruikten cross-sekse hormonen; een derde van de vrouwen had borstchirurgie ondergaan en 6 procent genitale chirurgie. Om te detransitioneren stopte 95 procent met cross-sekse hormonen. Redenen om te detransitioneren waren divers: een veranderde persoonlijke definitie van man en vrouw, zorgen over medische complicaties, mentale gezondheid die niet verbeterde, ontevredenheid over de fysieke resultaten, en het ontdekken dat de dysforie door iets anders werd veroorzaakt, zoals trauma of een psychische aandoening.
Sociale invloed en conclusies
Meer dan een derde van de deelnemers koos de optie dat iemand anders hen vertelde dat hun gevoelens betekenden dat ze transgender waren, en dat zij dat geloofden. 20 procent gaf aan zich onder druk gezet te voelen om te transitioneren door een persoon of groep, waaronder clinici, partners, vrienden en online gemeenschappen. 58 procent kwam tot de overtuiging dat hun genderdysforie veroorzaakt werd door een psychische aandoening of trauma, en meer dan de helft meende dat transitie het aanpakken van onderliggende problemen had vertraagd of voorkomen. Littman concludeert dat de ervaringen rond transitie en detransitie divers zijn, dat een deel van de deelnemers verslagen leverde die de ROGD-hypothese ondersteunen, en dat het onderzoek beperkingen kent en meer studie nodig is.
Bronnen
Let op: deze video is Engelstalig. Bekijk onze Verhalen voor Nederlandstalige getuigenissen.