Dr. Lisa Littman over haar onderzoek naar ROGD en uitkomsten bij adolescenten
Dr. Lisa Littman is de onderzoekster die het concept Rapid Onset Gender Dysphoria (ROGD) introduceerde in de wetenschappelijke literatuur.
Over Dr. Lisa Littman
In deze lezing presenteert Dr. Lisa Littman een nieuw onderzoeksproject: de Adolescent and Young Adult Gender Dysphoria Outcomes Study. De hoofdonderzoekers zijn dr. Bailey, dr. Zucker en zijzelf. Littman begint met het benoemen van haar waarden: zij omschrijft zichzelf als pro-LGBT, gericht op de gezondheid en het welzijn van iedereen die genderdysforie ervaart, en voorstander van onderzoeksvragen die helpen de aandoening beter te begrijpen om betrokkenen te helpen.
Een veranderende populatie
Littman schetst hoe de groep mensen met genderdysforie de afgelopen decennia is veranderd. Decennialang waren de typische patiënten vooral mannen van middelbare leeftijd en kinderen. Vanaf de jaren 2000 ontstond er een sterke toename van tieners die zich als trans identificeerden, met een opvallend grote stijging onder vrouwelijke tieners. Ze wijst erop dat ook WPATH in de SOC8 een klinische trend erkent van jongeren die zich aandienen zonder symptomen in de kindertijd, vaak met aanzienlijke psychologische ontwikkelingsproblemen. Daarnaast noemt ze de toenemende zichtbaarheid van detransitioners, onder wie mensen die spijt hebben van hun transitie. Omdat deze veranderingen zo recent zijn, is er volgens haar nog weinig bekend over de uitkomsten op de lange termijn.
Opzet van het onderzoek
De studie zoekt deelnemers met genderdysforie in de leeftijd van 13 tot 21 jaar (met een aanvraag om de bovengrens naar 25 te verhogen) en hun ouders. Er is geen medische diagnose nodig; Littman gebruikt een brede definitie. Deelname loopt via een website met een online vragenlijst bij aanvang, gevolgd door jaarlijkse vervolgvragenlijsten gedurende minstens vijf jaar. De vragenlijst gaat onder meer over de geschiedenis en uiting van de genderdysforie, symptomen in de kindertijd, identiteit, geestelijke gezondheid, gezinsrelaties, vrienden, sociale media en transitiestatus. De onderzoekers werven via therapeuten, oudersteungroepen, professionele lijsten, persoonlijke contacten en gerichte advertenties, en streven naar zoveel mogelijk ouder-kindparen. Ze benadrukt dat zij families met uiteenlopende opvattingen over genderdysforie en transitie willen bereiken.
Voorlopige bevindingen
Littman benadrukt dat het om voorlopige tussenresultaten gaat die nog kunnen veranderen, gebaseerd op een deel van de deelnemers uit de eerste wervingsfase, vooral ouders die voorzichtig of sceptisch staan tegenover transitie. Na een jaar waren er 397 ingevulde oudervragenlijsten en 36 jongerenvragenlijsten. De beschreven jongeren zijn volgens de ouders voor 68% vrouwelijk en 32% mannelijk, met een gemiddelde leeftijd van 18 (vrouwelijk) en 19 (mannelijk). Bij 96% van de ouders begon de genderdysforie tijdens of na de puberteit (late onset). Veelvoorkomende psychische problemen waren gegeneraliseerde angststoornis, ADHD, depressie en autismespectrumstoornissen. Wat de relaties betreft zei bijna 60% van de ouders dat de band met hun kind hecht of zeer hecht is, terwijl er veel meningsverschil en emotioneel conflict was over de te volgen stappen. In de aansluitende vragenronde kwamen onder meer kritiek op de steekproefmethode, het risico van uitval bij vervolgmetingen en vragen over autisme aan bod.
Bronnen
Let op: deze video is Engelstalig. Bekijk onze Verhalen voor Nederlandstalige getuigenissen.