Dr. Lisa Littman — waarom ik genderdysforie ben gaan onderzoeken
Dr. Lisa Littman had eerder geen ervaring met genderzorg. In dit interview vertelt ze hoe ze als arts een patroon opviel dat meerdere tieners in dezelfde
Over Dr. Lisa Littman
In dit interview legt Dr. Lisa Littman uit hoe zij begon met onderzoek naar genderdysforie. Ze vertelt dat ze rond 2014 in haar eigen omgeving merkte dat de ene tiener na de andere zich als transgender ging identificeren, en wel in veel grotere aantallen dan ze op basis van wat er over genderdysforie bekend is zou verwachten. Wat haar opviel, was dat deze jongeren uit dezelfde vriendengroep bleken te komen. Dat strookte niet met het bestaande beeld van hoe genderdysforie zich pleegt voor te doen.
Wat haar opviel in de literatuur en op sociale media
Littman beschrijft hoe ze vervolgens de wetenschappelijke literatuur doornam en vaststelde dat wat zij waarnam daar niet door verklaard werd. Daarna bekeek ze de sociale media over het onderwerp. Ze zag dat tieners daar vragen stelden over symptomen en ervaringen en zich afvroegen of dat betekende dat ze trans waren. Volgens haar werd hun dan verteld dat dit zo was en dat ze meteen moesten transitioneren. Ook trof ze veel informatie aan over hoe je artsen en ouders kon misleiden om aan hormonen te komen. Ten slotte zocht ze of anderen hetzelfde rapporteerden.
Veranderende patronen in de klinieken
Wereldwijd speelde er volgens haar veel. Vanaf 2015 begonnen gespecialiseerde genderklinieken in Canada en Nederland te publiceren over de samenstelling van hun patiënten. Daarbij viel op dat er, mogelijk vanaf het midden van de jaren 2000, een sterke toename was van tieners die zorg zochten, met een nog scherpere stijging bij meisjes. De geslachtsverhouding kantelde daardoor van overwegend mannelijk naar overwegend vrouwelijk. Tegelijk kwam er erkenning voor een nieuwe presentatievorm: laat beginnende genderdysforie bij geboren meisjes, die vóór ongeveer 2012 nauwelijks in de literatuur voorkwam. Onderzoek uit klinieken in Finland en het Verenigd Koninkrijk liet zien dat jongeren die zorg zochten meer psychologische en ontwikkelingsproblemen hadden. In Finland werd geopperd dat er mogelijk aanvullende verklaringsroutes zijn op basis van wat men bij de patiënten zag.
Waarom psychosociale factoren onderzoeken
Littman bespreekt verklaringen die onderzoekers aandroegen, zoals minder stigma en meer zichtbaarheid en informatie. Die zouden volgens haar een toename in aantallen kunnen verklaren, maar niet waarom juist tieners, waarom de geslachtsverhouding veranderde en waarom er een nieuwe presentatievorm opdook. Ook de gedachte dat stigma per geslacht verschilt, verklaart die punten niet en evenmin waarom deze verschuiving bij volwassenen uitbleef. Omdat een sluitende verklaring ontbreekt, kunnen er volgens haar meerdere factoren meespelen. Ze wijst op sociale en peer contagion: mensen, en zeker adolescenten, zijn vatbaar voor onderlinge beïnvloeding. Meisjes zijn gevoeliger voor angst, depressie, eetproblemen en lichaamsbeeld, jongens meer voor risicogedrag. Gezien de clustering, de inhoud op sociale media en de psychologische problematiek zou het volgens haar onverantwoord zijn geweest om psychosociale factoren niet te onderzoeken.
Bronnen
Let op: deze video is Engelstalig. Bekijk onze Verhalen voor Nederlandstalige getuigenissen.