Dr. Patrick Hunter reageert op het besluit van de Florida medische raden over genderzorg
Dr. Patrick Hunter reageert op het historische besluit van de Florida medische raden dat beperkingen oplegt aan genderaffirmatieve zorg voor minderjarigen.
Over Dr. Patrick Hunter
Dr. Patrick Hunter spreekt zich in deze video uit tijdens een bijeenkomst van de Florida medische raden over genderaffirmatieve zorg voor minderjarigen. Hij richt zich rechtstreeks tot de raad en pleit voor een herziening van de huidige praktijk rond puberteitsremmers, cross-sekse hormonen en chirurgie bij jongeren. Zijn betoog draait om de kwaliteit van het bewijs waarop deze zorg is gebaseerd en om de ethiek van medisch handelen bij kinderen.
Het Nederlandse protocol als fundament
Hunter wijst erop dat Nederlandse onderzoekers de pioniers waren van jeugdtransitie bij genderdysforie. Hun werk mondde uit in een publicatie uit 2014 die de uitkomst beschreef van 55 jongeren die werden getransitioneerd. Dit zogeheten Nederlandse protocol vormt volgens hem het fundament waarop het affirmatieve zorgmodel is gebouwd, een model dat zich in de jaren daarna wereldwijd snel verspreidde. Hunter noemt het protocol gebrekkig en gebaseerd op zwak bewijs. Hij benoemt methodologische bezwaren: het ging om een kleine case series van 55 tieners, er was geen controlegroep en de follow-up duurde slechts achttien maanden. Hij verwijst naar een artikel in de New York Times van juni waarin hoofdauteur Dr. de Vries aangeeft dat het contact met de helft van het oorspronkelijke cohort verloren is gegaan, en naar een podcast-interview van januari waarin zij erkent dat de levens van de patiënten gecompliceerder zijn dan de oorspronkelijke uitkomst suggereerde.
Verlaten criteria en zwak bewijs
Volgens Hunter hanteerden de Nederlanders inclusie- en exclusiecriteria om zogenoemde valse transities en latere spijt te voorkomen. Twee criteria benadrukt hij: vroege aanvang van genderdysforie, beschreven als dysforie vanaf de peuterleeftijd, en de afwezigheid van actieve psychische problemen. Juist de groep die de Nederlanders uitsloten, namelijk jongeren met een late aanvang na de puberteit en met bijkomende psychische problemen, vormt nu volgens hem de meerderheid van wie getransitioneerd wordt. Hij stelt dat affirmatieve zorg inmiddels wordt aangeprezen als oplossing voor psychische problemen, terwijl diezelfde problemen acht jaar eerder een reden waren om iemand juist niet te transitioneren. Hij verwijst naar systematische reviews van Zweedse en Britse experts die concluderen dat het bewijs voor jeugdtransitie van lage kwaliteit is en zeer onzeker wat betreft baten. Als voorbeeld van twijfelachtig onderzoek noemt hij een studie in JAMA Pediatrics van Northwestern University, waarin conclusies over borstamputatie werden getrokken op basis van een follow-up van slechts drie maanden, met verlies van negen procent van de chirurgische gevallen.
Ethiek, oorzaken en een pleidooi voor psychotherapie
Hunter trekt de medische ethiek erbij: de Neurenberg-code, de Verklaring van Helsinki van de Wereldgezondheidsorganisatie en het Amerikaanse Belmont-rapport dat volgde op de Tuskegee-experimenten. Hij stelt dat onderzoekers vragen moeten beantwoorden over of minderjarigen kunnen instemmen met transitie, en of onderzoek met hormonen en chirurgie veilig en ethisch kan zijn gezien de gevolgen voor de fysiologie, de psychosociale en neurologische ontwikkeling, en het risico op verlies van seksuele functie en onvruchtbaarheid. Daarnaast vindt hij dat de samenleving moet onderzoeken waarom de incidentie van genderdysforie zo sterk is gestegen. Hij wijst erop dat landen als Finland, Zweden en Engeland van koers zijn veranderd omdat zij schade erkennen. Hunter pleit voor terugkeer naar de gangbare zorgstandaard: ethische, compassievolle psychotherapie die de ervaring van het kind respecteert, zoals volgens hem ook in Europa gebeurt.
Bronnen
Let op: deze video is Engelstalig. Bekijk onze Verhalen voor Nederlandstalige getuigenissen.