Dr. Patrick Hunter getuigt voor het Congres over genderzorg voor minderjarigen
Dr. Patrick Hunter, kinderarts, legt getuigenis af voor het Amerikaanse Congres over de risico's van genderaffirmatieve zorg voor minderjarigen.
Over Dr. Patrick Hunter
In deze getuigenis spreekt Dr. Patrick Hunter zich uit over de medische zorg voor minderjarigen met genderdysforie. Hij richt zich op de wetenschappelijke onderbouwing achter het affirmatieve model en betoogt dat de huidige praktijk berust op zwak bewijs. Volgens hem heeft het medische vakgebied een ernstig probleem dat erkenning en bijsturing vraagt.
Het Nederlandse protocol als fundament
Hunter beschrijft hoe het zogeheten Nederlandse protocol de basis vormt waarop jeugdtransitie is gebouwd en hoe het affirmatieve model zich de afgelopen acht jaar sterk heeft verspreid. Hij noemt het oorspronkelijke Nederlandse onderzoek een casusreeks van een kleine groep van 55 tieners, zonder controlegroep en met een opvolgperiode van slechts achttien maanden. Langetermijngegevens over deze groep zijn volgens hem niet gerapporteerd. Hij verwijst naar een artikel in The New York Times waarin de hoofdauteur, Dr. de Vries, aangaf dat het contact met de helft van de oorspronkelijke groep verloren is gegaan. De Nederlandse onderzoekers hanteerden volgens hem insluitings- en uitsluitingscriteria om zogenoemde valse transities te voorkomen: vroeg ontstane genderdysforie was vereist en actieve psychische problemen sloten een tiener uit. Hunter stelt dat juist de groep die de Nederlanders uitsloten, jongeren met laat ontstane genderdysforie en bijkomende psychische problematiek, nu de meerderheid vormt van wie in transitie gaat.
Kwaliteit van het onderzoek
Hunter wijst op systematische reviews uit Zweden en Groot-Brittannië die volgens hem aantonen dat het bewijs voor jeugdtransitie van lage kwaliteit is en dat er zeer weinig zekerheid is over de voordelen. Als voorbeeld van problematisch onderzoek noemt hij een studie uit JAMA Pediatrics van Northwestern University in Chicago, waarin 70 patiënten in de leeftijd van 13 tot 24 jaar werden vergeleken, van wie 36 een dubbele mastectomie ondergingen. De conclusie dat mastectomie nuttig zou zijn en niet uitgesteld zou moeten worden, baseerden de auteurs volgens hem op een meting drie maanden na de operatie, waarbij negen procent van de geopereerde patiënten al uit beeld was. Hij noemt het zinloos om na zo'n korte periode conclusies te trekken.
Ethiek, oorzaken en de weg vooruit
Hunter verwijst naar Finland, Zweden en Engeland, die volgens hem van koers zijn veranderd omdat zij erkennen dat er schade optreedt en dat het bewijs zwak is. Hij plaatst het debat in de context van de ethische principes voor medisch onderzoek bij mensen, zoals vastgelegd in de Neurenberg-code, de Verklaring van Helsinki en het Belmont-rapport. Hij stelt vragen die volgens hem beantwoord moeten worden: kunnen minderjarigen instemmen met transitie, en kan onderzoek met hormonen en operaties veilig en ethisch gebeuren wanneer bekend is dat deze behandelingen gevolgen hebben voor de normale fysiologie, de psychosociale ontwikkeling, de vruchtbaarheid en de seksuele functie. Daarnaast roept hij op te onderzoeken waarom zoveel jongeren genderdysforie ervaren en waarom de incidentie sterk is gestegen. Als uitweg pleit Hunter voor een terugkeer naar wat hij de gangbare zorgstandaard noemt: ethische, compassievolle psychotherapie die de ervaring van het kind respecteert, in lijn met de aanpak in onder meer Groot-Brittannië, Zweden en Finland.
Bronnen
Let op: deze video is Engelstalig. Bekijk onze Verhalen voor Nederlandstalige getuigenissen.