Puberteitsblokkeerders kunnen het lichaam ingrijpend transformeren — Zhenya Abbruzzese
Onderzoeker Zhenya Abbruzzese presenteert wetenschappelijk bewijs dat puberteitsblokkerende medicatie het lichaam van kinderen diepgaander beïnvloedt dan doorgaans wordt erkend. Haar onderzoek toont aan dat de bewering dat puberteitsblokkeerders volledig omkeerbaar zijn, niet door de wetenschappelijke literatuur wordt ondersteund. De presentatie biedt een kritisch tegenwicht aan de standaard pro-transitieargumenten.
Over Zhenya Abbruzzese
Zhenya Abbruzzese is medeoprichter van de Society for Evidence-Based Gender Medicine (SEGM), opgericht in 2019. Ze omschrijft SEGM als een bewust saaie, wetenschappelijk gerichte organisatie die zich richt op de feiten en het bewijs. In haar vrije tijd doet ze eigen onderzoek, met als aandachtsgebied het zogenoemde Nederlands protocol — dat ze beschrijft als het DNA van de praktijk van genderbehandelingen bij jongeren. Samen met collega's Stephen Levine en Julia Mason bestudeerde ze de studies waarop dit protocol rust en publiceerde daarover een peer-reviewed artikel. In deze presentatie loopt ze langs de geschiedenis van transitiebehandelingen en de tekortkomingen die ze in het onderliggende onderzoek vond.
Van volwassenen naar jongeren
Abbruzzese plaatst de behandeling van jongeren in een historische lijn die teruggaat tot volwassen transities. Ze haalt het verhaal aan van Christine Jorgensen in de jaren 1950 en van de Deense arts Christian Hamburger, die brieven van patiënten verzamelde en analyseerde. Daarbij viel op dat de motieven onder mannen sterk uiteenliepen, terwijl vrouwen die contact zochten steevast hetzelfde aangaven: ze waren op hetzelfde geslacht gericht. Nederland werd volgens haar het internationale centrum voor deze zorg, mede doordat de behandeling onder de nationale zorgverzekering viel en plaatsvond in een gerespecteerd christelijk ziekenhuis, waar de betrokken chirurg een ethische rechtvaardiging baseerde op de gedachte dat de ziel zwaarder weegt dan het lichaam.
Tekortkomingen in het Nederlands onderzoek
Volgens Abbruzzese liet de eerste uitkomststudie onder volwassenen uit 1988 al ongemakkelijke signalen zien: een hoge uitval, subjectieve tevredenheid die niet samenhing met de feitelijke levenssituatie, en de waarschuwing dat een operatie geen wondermiddel is. Binnen een jaar werd toch de stap naar jongeren gezet. Bij de bekende Nederlandse studies uit 2011 en 2014 wijst ze op de kleine, ongecontroleerde groepen en op een opvallend selectieprobleem. Ze vergelijkt het met een triatlon waarin je alleen kijkt naar wie al op de fiets zit: de cases voor het puberteitsblokker-onderzoek werden geselecteerd op het moment dat ze al aan cross-sekshormonen begonnen, waardoor uitvallers en moeilijke gevallen buiten beeld bleven. Ook bekritiseert ze de meting van genderdysforie, waarbij vragen vóór en na behandeling op geslacht respectievelijk genderidentiteit waren gebaseerd — volgens haar een taalkundige omkering die een schijnbaar volledige verbetering oplevert.
De centrale vraag
Abbruzzese benadrukt dat de jongeren die vandaag behandeld worden vaak juist niet voldoen aan de strikte criteria die het oorspronkelijke onderzoek hanteerde. Ze wijst er ook op dat er volgens haar geen gepubliceerde uitkomststudie over cross-sekshormonen bestaat, terwijl die behandeling veel vaker wordt toegepast dan puberteitsblokkers alleen. Ze sluit af met een citaat uit haar eigen onderzoek: er bestaat geen twijfel dat puberteitsblokkers en cross-sekshormonen een lichaam ingrijpend kunnen transformeren, maar evenmin twijfel dat dit een pad richting chemische steriliteit is. De werkelijke vraag, zo besluit ze, is niet of we adolescente lichamen kunnen veranderen, maar of we dat ook zouden moeten doen.
Bronnen
Let op: deze video is Engelstalig. Bekijk onze Verhalen voor Nederlandstalige getuigenissen.