Trans is niet het nieuwe homo — Dr. Roberto D'Angelo
Dr. Roberto D'Angelo, Australisch psychiater en psychoanalyticus, bespreekt in dit gesprek waarom de vergelijking tussen transgenderisme en homoseksualiteit onjuist is. Hij stelt dat genderdysforie complexe psychiatrische en psychologische wortels heeft die niet simpelweg bevestigd moeten worden. D'Angelo was een van de sprekers op de SEGM-conferentie in New York en is kritisch op het huidige zorgmodel.
Over Dr. Roberto D'Angelo
Roberto D'Angelo is psychotherapeut en psychoanalyticus. In deze lezing reflecteert hij op de geschiedenis van de psychoanalyse, die volgens hem veel mensen heeft geholpen maar ook fouten heeft gemaakt. Hij vertelt dat hij samen met Allison Clayton presenteerde op een psychiatrisch congres in Australië en dat hij verbaasd was over de kritiek van homoseksuele collega's. Eén collega zei dat het te vroeg was om dit te bespreken en dat trans eerst acceptatie moest krijgen, zoals zij die eerder hadden bereikt; anderen zeiden geen patiënten meer naar hem te zullen verwijzen. Met deze talk wil D'Angelo uiteenrafelen hoe same-sex attractie en trans in het debat met elkaar verward zijn geraakt, en het idee weerleggen dat nadenken over de psychodynamiek van een transidentiteit hetzelfde zou zijn als conversietherapie.
"Is trans het nieuwe homo?"
D'Angelo plaatst vraagtekens bij de aanname dat trans simpelweg een herhaling is van wat in de twintigste eeuw met homoseksualiteit gebeurde. Hij schetst hoe de psychiatrie destijds veel leed berokkende aan homoseksuele mensen: in de DSM-1 werd homoseksualiteit geclassificeerd als sociopathische persoonlijkheidsstoornis, in de DSM-2 onder seksuele afwijkingen. Hij citeert invloedrijke analytici uit die tijd, zoals Edmund Bergler en Charles Socarides, die homoseksualiteit als pathologie zagen. Volgens hem werd opkomend empirisch bewijs — waaronder de bevindingen van Kinsey uit 1948 en het onderzoek van Evelyn Hooker met de Rorschach-test — decennialang met vijandigheid begroet. Pas in 1973 stemde de APA om homoseksualiteit uit de DSM te verwijderen. Hij ziet parallellen tussen die afwijzing van wetenschap toen en nu.
Overeenkomsten en verschillen
D'Angelo benoemt vier strategieën die volgens hem zowel destijds als nu worden ingezet om wetenschap af te wijzen: propaganda, het aanvallen van individuen, het aanvallen van de wetenschap en het claimen van onbetwistbare expertise. Wie nu vragen stelt, wordt volgens hem weggezet als transfoob. Tegelijk benadrukt hij dat trans en homoseksualiteit ook wezenlijk verschillen. Hij vergelijkt genderdysforie eerder met wat vroeger ego-dystone homoseksualiteit werd genoemd: mensen die innerlijk verdeeld zijn en worstelen met een gevreesd of gehaat deel van het zelf. Verwijzend naar werk van Friedman en Downey stelt hij dat zelfhaat soms een drager wordt voor diepere problemen die zich vastzetten aan de seksuele oriëntatie of het gender.
Psychodynamiek versus conversietherapie
Volgens D'Angelo betekent het zoeken naar de psychodynamische wortels van een transidentiteit niet dat die identiteit als pathologisch wordt gezien; psychodynamische oorsprongen zijn volgens hem verweven met alle aspecten van menselijke ervaring, gezond én problematisch. Waar exploratieve therapie bij homoseksualiteit hielp het ongewenste deel van het zelf te aanvaarden, helpt het affirmatieve model bij genderdysforie volgens hem juist om afstand te nemen van het met pijn doordrenkte deel van het zelf. Zijn zorg is dat dit interne verdeeldheid kan versterken en integratie en zelfacceptatie tegenwerkt. Hij sluit af met een citaat van David Schwarz over het correct kennen van de geschiedenis, en waarschuwt dat we wetenschap negeren op eigen risico.
Bronnen
Let op: deze video is Engelstalig. Bekijk onze Verhalen voor Nederlandstalige getuigenissen.