Digitale invloeden op trans-identiteiten — een detrans-perspectief
Soren Aldaco ontdekte transgenderisme online, identificeerde zich op haar elfde als jongen, begon op zeventienjarige leeftijd met hormonen en onderging op
Over Soren Aldaco
Soren Aldaco presenteert zich in deze lezing als ambassadeur voor Independent Women, masterstudent aan de University of Texas at Austin, zelfstandig consultant en ervaringsdeskundige. Ze noemt zichzelf een publieke overlevende van gendergeneeskunde en eiser in een van de eerste Amerikaanse rechtszaken tegen behandelaars in de gendergeneeskunde. In haar presentatie verbindt ze haar afstudeeronderzoek aan een bredere vraag: hoe sociale media de vorming van identiteit veranderen. Haar centrale stelling vat ze samen als "scroll, click, become" — waarom sociale media volgens haar psychosociale aandacht verdienen.
Identiteitsvorming is sociaal
Aldaco bouwt haar betoog op met sociaalwetenschappers. Ze verwijst naar George Herbert Mead, die stelde dat sociale interactie en rollenspel essentieel zijn voor het ontwikkelen van een zelf: van het nadoen van vader of moeder, via spel als politie en boef, naar wat hij de "veralgemeniseerde ander" noemde — de verwachtingen van de hele samenleving. Charles Horton Cooley voegde daar het "spiegel-zelf" aan toe: we begrijpen onszelf door de ogen van de mensen om ons heen. Erik Erikson beschreef identiteit als een reeks leeftijdsgebonden conflicten, waaronder "identiteit versus rolverwarring" in de adolescentie, en benadrukte dat deze ontwikkeling belichaamd is — verbonden aan lichamelijke ervaringen zoals de puberteit. James Marcia werkte dit uit met begrippen als exploratie en commitment, waarbij gezonde identiteitsvorming volgens hem ruimte voor verkenning combineert met afgewogen keuzes, leidend tot een intern verankerd maar naar buiten toe flexibel zelf.
Internet verandert wat sociaal-zijn betekent
Vervolgens schetst Aldaco hoe het internet zich ontwikkelde van ARPANET en chatrooms — die zij ziet als verlengstukken van bestaande, lokale relaties die je achterliet zodra je uitlogde — naar sociale media die overal aanwezig zijn en door algoritmes worden aangestuurd. Ze beschrijft hoe algoritmes verschoven van chronologische weergave naar systemen die volgens haar sociale leerneigingen benutten via "prime"-informatie: prestigieuze, in-group, morele en emotionele signalen die de aandacht trekken. Zo ontstaat een terugkoppeling waarin het platform engagement beloont met content en de gebruiker het platform beloont met aandacht — een cyclus van sterke emoties, terwijl mensen volgens haar juist rust en verwerking nodig hebben.
Internet verandert identiteitsvorming
In haar synthese stelt Aldaco dat het internet identiteitsvorming fundamenteel verandert. Ze verwijst naar het getal van Dunbar: mensen hebben een beperkte capaciteit voor relaties, terwijl platforms gebruikers blootstellen aan enorme aantallen — volgens haar geen hele mensen, maar korte fragmenten van mensen uit onbekende achtergronden, soms gefilterd of bewerkt. Identiteitsvorming langs deze weg is volgens haar niet belichaamd zoals Erikson nodig achtte: in plaats van ervaringen te integreren, cureren mensen zichzelf tot een marktbaar "personal brand" en meten ze zichzelf af aan cijfers in plaats van aan de spiegel van naaste mensen. Met een verwijzing naar documentairemaker Lauren Greenfield vat ze het samen: we houden geen gelijke tred meer met "the Joneses" maar met "the Kardashians" — referentiepunten die niet langer dichtbij en betekenisvol zijn, maar ver weg, versplinterd en onbereikbaar. Gezonde identiteit noemt ze toegewijd, geïntegreerd en belichaamd; internet-identiteit daarentegen diffuus, gefragmenteerd en ontlichaamd. Ze sluit af met haar onderzoeksinteresse: hoe we in dit digitale tijdperk kennis over de seksen kunnen aanleren en integreren, en hoe interventies kunnen helpen bij cognitieve dissonantie tussen de innerlijke identiteit en de buitenwereld.
Bronnen
Let op: deze video is Engelstalig. Bekijk onze Verhalen voor Nederlandstalige getuigenissen.