Dr. Stephen Levine getuigt over zorgstandaarden voor minderjarigen met genderdysforie (Pennsylvania)
Dr. Stephen Levine, een van de meest ervaren psychiaters op het gebied van genderdysforie, getuigt bij een hoorzitting van de Pennsylvania Family Council
Over Dr. Stephen Levine
In deze getuigenis spreekt psychiater Dr. Stephen Levine tijdens een hoorzitting in Pennsylvania. Hij vertelt dat hij in 1973 voor het eerst een patiënt zag met wat nu genderdysforie heet, in 1974 de gender identity clinic van de Case Western Reserve University oprichtte, een vroeg lid was van de organisatie die later WPATH werd, en voorzitter is geweest van het comité dat de zorgstandaarden opstelde. Vanuit die ervaring legt hij zijn bezwaren uit tegen de huidige aanpak van minderjarigen met genderdysforie.
Genderdysforie als psychiatrisch in plaats van lichamelijk probleem
Levine stelt dat genderdysforie geen lichamelijke ziekte is maar een psychiatrische aandoening, zonder aantoonbare afwijking van geslachtsorganen of hersenen. Hij wijst erop dat dit volgens hem de enige psychiatrische diagnose is die artsen met chirurgie proberen te behandelen. Tegenover de opvatting dat een transidentiteit biologisch bepaald en onveranderlijk is, plaatst hij een ontwikkelingsmodel: bij jonge kinderen ziet hij de aantrekkingskracht tot een transidentiteit eerder als aanpassing aan een psychologisch probleem. Hij merkt op dat recente plotselinge veranderingen in aantallen en samenstelling van de groep wijzen op culturele of sociale invloeden, omdat het genetisch materiaal van de soort niet in twintig jaar verandert. Een studie documenteerde volgens hem clustering van nieuwe gevallen binnen specifieke scholen en vriendengroepen.
Afwachten versus snelle affirmatie
Levine bepleit een houding van afwachten, vooral voor de puberteit. Hij verwijst naar elf vervolgstudies die volgens hem alle aantonen dat de grote meerderheid van jonge kinderen met genderdysforie, als zij ongemoeid worden gelaten, tegen het einde van de adolescentie een genderidentiteit ontwikkelt die overeenkomt met hun biologische geslacht. Tegenover deze zogenaamde desistance plaatst hij de praktijk van gender affirming clinics, waar volgens hem soms na één gesprek van een uur transitie wordt aanbevolen, met te weinig psychiatrische evaluatie. Hij waarschuwt dat sociale transitie en het affirmeren van jonge kinderen een groot deel van wie anders zou zijn gestopt juist vastzet in een transidentiteit, en dat puberteitsremmers zijn gebaseerd op het terugkijken van ontevreden volwassenen, niet op de kinderen die hun ongemak ontgroeiden.
Suïcide-argument en langetermijnrisico's
Levine betwist de stelling dat affirmatie suïcide voorkomt. Volgens hem komen verhoogde suïcidecijfers zowel voor als na sociale transitie en operatie voor, en is er geen stevig bewijs dat affirmatie van kinderen de uitkomsten op lange termijn verbetert ten opzichte van afwachten of psychotherapie. Hij noemt een Zweedse vervolgstudie waarin het suïcidecijfer onder geopereerde personen volgens hem negentien keer hoger lag dan in de algemene bevolking. Hij vindt het zorgelijk wanneer ouders te horen krijgen dat hun kind zal sterven zonder transitie, omdat dat volgens hem geen vaststaand feit is. Daarnaast benoemt hij voorspelbare schaderisico's van transitie, waaronder sterilisatie door operaties en mogelijk door hormonen, verlies van seksuele respons door geblokkeerde puberteit, en negatieve psychosociale effecten wanneer een kind jarenlang als kind blijft terwijl leeftijdsgenoten de puberteit doormaken. Hij verwijst tot slot naar mensen die hun transidentiteit weer loslieten en spijt uitten, en naar een gepubliceerde reeks patiënten die terugoperatie verzochten.
Bronnen
Let op: deze video is Engelstalig. Bekijk onze Verhalen voor Nederlandstalige getuigenissen.