Dr. William Malone over de hormoongezondheidskrisis (Benjamin Boyce)
Dr. William Malone, endocrinoloog, geeft bij Benjamin Boyce een update over wat hij omschrijft als een hormoongezondheidskrisis.
Over Dr. William Malone
Dr. William Malone is endocrinoloog en spreekt in dit gesprek met host Benjamin Boyce over de stand van zaken in zijn vakgebied rond genderbehandelingen bij jongeren. Het is hun tweede gesprek; in een eerder interview vertelde Malone hoe hij voor het eerst met dit onderwerp in aanraking kwam via de Endocrine Society en de richtlijnen die daar op de jaarvergadering werden gepresenteerd voor de behandeling van mensen met genderdysforie. Hij is betrokken bij de Society for Evidence-Based Gender Medicine (SEGM). Volgens hem werd op die bijeenkomsten maar één kant van het verhaal getoond: genderdysforie als biologisch probleem dat met hormonen en operaties zou moeten worden behandeld.
Twee verklaringskaders
Malone schetst twee tegengestelde paradigma's. Het ene ziet genderdysforie als een biologische aandoening met een biologisch gebaseerde behandeling. Het andere, ouder en volgens hem nog steeds geldig, ziet het als een psychologische conditie waarbij psychotherapie als eerste keuze zou moeten gelden. Hij stelt dat dit alternatieve kader nauwelijks aan bod komt bij de grote medische organisaties en dat een echte discussie wordt vermeden. Samen met andere clinici en onderzoekers probeert hij dit kader onder de aandacht te brengen, onder meer via brieven aan medische tijdschriften en bronnen voor behandelaars. Hij wijst erop dat de meeste kinderen hun genderdysforie zien verdwijnen naarmate ze opgroeien, en dat er een sterke toename is van adolescenten, voornamelijk meisjes, die zich aanmelden zonder voorgeschiedenis van genderdysforie in de kindertijd.
Bewijs, risico's en evidence-based zorg
Centraal in Malones betoog staat het principe van evidence-based geneeskunde: een behandeling aanbieden waarvan niet is aangetoond dat het nut groter is dan het risico, is volgens hem per definitie experimenteel en hoort thuis in een gecontroleerde klinische studie. Hij noemt het bewijs voor de medische behandelroute zwak en wijst erop dat objectieve uitkomstmaten, zoals ziekenhuisopnames na suïcidepogingen of voorschriften voor antidepressiva, geen duidelijke verbetering laten zien. Hij vergelijkt de situatie met eerdere voorbeelden van wat hij een sociale besmetting binnen de geneeskunde noemt, zoals de opioïdencrisis, en met praktijken uit de psychiatrie. Hij benadrukt dat titels en samenvattingen van studies misleidend kunnen zijn en moedigt mensen aan om de primaire bronnen zelf te lezen.
Ontwikkelingen in Europa en het maatschappelijke debat
Malone wijst op ontwikkelingen buiten de Verenigde Staten. Hij noemt de Keira Bell-zaak in het Verenigd Koninkrijk, waarbij de rechtbank zich verbaasde over hoe weinig bewijs er was voor deze interventies. Ook Finland en Zweden hebben volgens hem na review van de gegevens geconcludeerd dat het bewijs voor medische interventies bij jongeren tekortschiet en dat psychotherapie eerste keuze zou moeten zijn. Daarnaast bespreekt hij het maatschappelijke klimaat: het ontbreken van debat, het monddood maken van afwijkende stemmen, en wetgeving zoals voorstellen rond zogenoemde conversietherapie die psychotherapeutische hulp zouden kunnen criminaliseren. Hij verwijst naar de website van SEGM (segm.org) en naar de organisatie Rethink Identity Medicine Ethics (RIME) als plekken waar mensen meer informatie kunnen vinden, en roept op om de oorspronkelijke bronnen zelf te bestuderen.
Bronnen
Let op: deze video is Engelstalig. Bekijk onze Verhalen voor Nederlandstalige getuigenissen.