27 juli 2026
McDeavitt & Cohn (2026): drie decennia Dutch Protocol-onderzoek levert geen betrouwbaar bewijs
Een peer-reviewed studie gepubliceerd op 30 mei 2026 in het European Journal of Developmental Psychology concludeert dat dertig jaar Amsterdams onderzoek naar het Dutch Protocol structurele methodologische tekortkomingen vertoont en geen betrouwbaar bewijs heeft opgeleverd voor puberteitsremmers en cross-seksehormonen bij jongeren. De auteurs stellen dat de Amsterdamse onderzoekers definitieve uitspraken doen die hun eigen methodologie niet kan onderbouwen.

Twijfel je, heb je spijt, letsel of ben je aan het detransitioneren?
Neem vertrouwelijk contact opEen peer-reviewed analyse die op 30 mei 2026 verscheen in het European Journal of Developmental Psychology trekt een harde conclusie: drie decennia onderzoek naar het zogenoemde Dutch Protocol — het Nederlandse behandelmodel voor genderdysfore jongeren — heeft geen betrouwbaar bewijs opgeleverd voor het gebruik van puberteitsremmers en cross-seksehormonen bij adolescenten. De studie is geschreven door psychiater Kathleen McDeavitt van het Baylor College of Medicine (Houston) en Jay Cohn van de Society for Evidence-Based Gender Medicine (SEGM).
Het Dutch Protocol: wereldwijd gekopieerd, nauwelijks getoetst
Het Dutch Protocol werd in de jaren negentig ontwikkeld door het Centrum van Expertise voor Genderdysforie van het Amsterdam UMC en gold decennia lang als de gouden standaard voor de behandeling van jongeren met genderdysforie. Het protocol — bestaande uit puberteitssuppressie, gevolgd door cross-seksehormonen en eventueel chirurgie — werd wereldwijd overgenomen, van Noord-Amerika tot Australië. De Amsterdamse onderzoekers stelden stelselmatig dat hun werk bewees dat de behandelingen veilig en effectief zijn. McDeavitt en Cohn analyseerden of die bewering wetenschappelijk houdbaar is — en concluderen dat zij dat niet is. Lees meer in ons dossier over het Dutch Protocol.
Methodologische tekortkomingen in kaart gebracht
De analyse identificeert een reeks structurele problemen in de onderzoeken die het Dutch Protocol onderbouwen:
- Geen gerandomiseerde gecontroleerde onderzoeken (RCT’s): Geen van de studies gebruikt de methodologie die in de geneeskunde wordt gezien als de gouden standaard voor bewijs van effectiviteit.
- Selectiebias: In de beginanalyses werden patiënten uitgesloten die langdurige psychologische begeleiding nodig hadden of stopten met de behandeling. In de eindanalyse werden vijf aanvullende patiënten weggelaten die de behandeling staakten, ernstig diabeet werden, sterk in gewicht toenamen of stierven.
- Ontbrekende controlegroepen: Er werden geen geschikte vergelijkingsgroepen gebruikt, waardoor het niet mogelijk is te bepalen of geobserveerde verbeteringen door de behandeling kwamen of door andere factoren.
- Hoge uitval: In één studie kon na zeven jaar nog maar 39 procent van de oorspronkelijke deelnemers worden bereikt voor follow-up, wat de representativiteit van de resultaten ernstig ondermijnt.
- Inconsistente meetinstrumenten: Meetschalen werden tussen verschillende meetmomenten gewisseld, waardoor de vergelijkbaarheid van uitkomsten twijfelachtig is.
- Ongecontroleerde confounders: De intensieve gelijktijdige psychotherapie die deelnemers ontvingen, werd niet adequaat als confoundfactor in de analyses meegenomen.
- Beperkte uitkomsten: Verbeteringen werden niet op alle gemeten geestelijke gezondheidsindicatoren gevonden.
Eigen onderzoek als eigen rechter
Een fundamenteel bezwaar van McDeavitt en Cohn is van epistemologische aard: de Amsterdamse onderzoekers beoordeelden uitsluitend hun eigen werk. Onafhankelijke systematische reviews en meta-analyses — die juist zijn bedoeld om te voorkomen dat onderzoekers zelf het laatste woord hebben over hun eigen bevindingen — werden door de Amsterdamse groep genegeerd. Dergelijke onafhankelijke reviews hebben het bewijsniveau van het Dutch Protocol consequent als zwak beoordeeld.
Volgens de auteurs doen de Amsterdamse onderzoekers iets wat fundamenteel ingaat tegen hoe wetenschappelijke beoordeling bedoeld is: zij screenen uitsluitend eigen onderzoek, baseren conclusies uitsluitend op eigen onderzoek, en verklaren vervolgens op grond van dat eigen onderzoek dat hun vertrouwen in de behandelingen gerechtvaardigd is. McDeavitt en Cohn noemen dit een schending van de normen van medisch bewijs.
Relevant in de Nederlandse context
De studie verscheen op 30 mei 2026 — één maand voordat de Nederlandse Gezondheidsraad zijn advies over transgenderzorg voor jongeren publiceerde (30 juni 2026) met de conclusie dat de Nederlandse aanpak “zorgvuldig ingericht” is en dat er geen reden bestaat die te wijzigen. Critici, waaronder hoogleraar Johan Bolhuis in OpinieZ, stelden dat de Gezondheidsraad internationale waarschuwingen over puberteitsremmers negeerde. De peer-reviewed analyse van McDeavitt en Cohn is precies het type onafhankelijke beoordeling dat de raad had kunnen — en moeten — betrekken in zijn afwegingen.
De studie sluit aan bij een bredere internationale herijking van het bewijs voor jeugdgenderzorg: van de Cass Review in het Verenigd Koninkrijk tot de besluiten van gezondheidsautoriteiten in Zweden, Finland en Denemarken, die alle concluderen dat het bewijsniveau voor puberteitssuppressie bij jongeren onvoldoende is om brede klinische toepassing te rechtvaardigen.
Conclusie van de auteurs
McDeavitt en Cohn schrijven dat de Amsterdamse onderzoekers “definitieve uitspraken doen die niet onderbouwd kunnen worden door de gehanteerde methodologie.” Drie decennia van onderzoek naar het Dutch Protocol hebben geen betrouwbaar bewijs opgeleverd ter ondersteuning van het gebruik van puberteitsremmers en cross-seksehormonen bij adolescenten. De studie is gepubliceerd in het European Journal of Developmental Psychology, een door Taylor & Francis uitgegeven, internationaal peer-reviewed tijdschrift.
Bron:
- McDeavitt, K. & Cohn, J. “Three decades of ‘Dutch Protocol’ research has not produced reliable evidence.” European Journal of Developmental Psychology. 30 mei 2026. tandfonline.com
Bron: European Journal of Developmental Psychology — https://www.tandfonline.com/doi/full/10.1080/17405629.2026.2680285
Transspijt